De positie van vrouwen in Turkije

Aan het hoofd van enkele van de grootste bedrijven in Turkije staan vrouwen en het aandeel vrouwelijke hoogleraren aan Turkse universiteiten ligt beduidend hoger dan in Nederland (ruim 25% in Turkije versus nog geen 15% in Nederland). Deze vrouwen maken echter meestal deel uit van de liberale, stedelijke elite van Turkije. Over het algemeen is de positie van vrouwen in de Turkse samenleving achtergesteld ten opzichte van mannen. Hoewel er de laatste jaren drastische hervormingen zijn doorgevoerd die de wettelijke positie van vrouwen aanzienlijk hebben verbeterd, blijft de sociale werkelijkheid daar ver bij achter.

Turkije heeft nog een lange weg te gaan op weg naar gendergelijkheid, zo blijkt onder meer uit het recente voortgangsrapport van de Europese Commissie (2010) en het Global Gender Gap Report (2010) van het World Economic Forum, waarop Turkije op een lijst van 134 landen de 126ste plaats inneemt, onder landen zoals Syrië, Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten. In grote delen van Turkije worden vrouwen nog altijd ondergeschikt geacht aan hun mannelijke familieleden en echtgenoot. Met name geweld tegen vrouwen, analfabetisme en onderwijs, arbeidsparticipatie en politieke participatie zijn onderwerpen van zorg.

Zo is volgens een rapport van de Turkse politie 62% van de vrouwen in Turkije het slachtoffer van huiselijk geweld. Jaarlijks gaat meer dan een half miljoen meisjes niet naar school, omdat onderwijs voor hen niet van belang wordt geacht. Omdat in sommige gebieden in het Zuidoosten meisjes bij geboorte niet geregistreerd worden, zijn zij administratief onzichtbaar en vallen ze buiten het bereik van de staat. Om de onderwijsparticipatie van meisjes te bevorderen, startten UNICEF en de Turkse overheid in 2003 een grootschalige succesvolle campagne, Haydi Kızlar Okula. Analfabetisme onder vrouwen bedraagt in heel Turkije zo’n 20% - onder mannen is dat 5%. Het participatiecijfer van vrouwen op de arbeidsmarkt is 26% - dat is nog niet de helft van het EU-gemiddelde, terwijl de arbeidsparticipatie onder vrouwen in Nederland 74% bedraagt (overigens betreft dit voor een groot deel parttime werk). Het aantal vrouwen dat onbetaalde arbeid verricht, in het huishouden of in de landbouw, valt hier buiten.

De strikte scheiding tussen religie en staat in het openbare leven vormt bovendien een hindernis voor vrouwen die hun (religieuze) identiteit wensen uit te dragen door het dragen van een hoofddoek. Werken bij de overheid of deelnemen aan hoger onderwijs is dan uitgesloten. Dat laatste lijkt echter te veranderen sinds de AKP in februari 2008 een wetswijziging heeft aangenomen op basis waarvan vrouwen met een hoofddoek niet langer de toegang tot universiteiten ontzegd kan worden. De politieke participatie van vrouwen is erg laag: slechts 78 van de 550 parlementariërs zijn vrouw (2011) – overigens meer dan een verdrievoudiging ten opzichte van 2006, toen nog maar 22 vrouwen zitting hadden in het parlement.


1 2 3 Last »