Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

4+4+4 blijft Turkije verdelen

1 oktober 2012 - ‘Leerlingen gedwongen naar religieuze scholen’, kopte Turkish Daily News deze week. Koren op de molen van tegenstanders van de onderwijshervorming, die per ingang van dit schooljaar (10 september) zijn beslag heeft gekregen. De nieuwe wet maakt het mogelijk om na vier jaar lagere school voor religieus onderwijs te kiezen, met volgens critici alle gevolgen van dien.

In het voorjaar waren Turkse kranten in de ban van een eenvoudige rekenformule: 4+4+4. De optelsom was een metafoor voor het wetsontwerp van de regerende AKP dat het onderwijsstelsel in Turkije op de schop moest nemen. Vanaf het moment dat de plannen van de regeringspartij werden geïntroduceerd, waren ze onderwerp van nationale controverse.

Voorstanders van de wet bepleitten dat met de invoering ervan een einde zou komen aan een lange periode van ongelijkheid en discriminatie. Sinds de voorgaande wet in 1997 werd ingevoerd, is ouders de keuze ontnomen om hun kinderen op jonge leeftijd naar een religieuze school te sturen. In plaats daarvan moesten alle leerlingen verplicht acht jaar doorbrengen op dezelfde staatsschool. De nieuwe wet verlengt de leerplicht weliswaar naar twaalf jaar, maar knipt die in drieën. Na de eerste vier jaar lager onderwijs volgt de middenschool en kunnen ouders en leerlingen kiezen: voor middelbaar onderwijs, een vakschool, of de religieuze İmam Hatip-school die daarmee in zekere zin gerehabiliteerd is.

Tegenstanders beweerden dat de nieuwe wet juist tot meer sociale ongelijkheid zal leiden. Zo kunnen meisjes in achterstandsregio’s na vier jaar lager onderwijs makkelijker thuis worden gehouden en lopen Koerdische kinderen door een taalachterstand een gelijke kans op een goede middenschool. Daarvoor moet nu immers een toelatingsexamen worden afgelegd. Bovendien, vinden critici, kan een 10-jarig kind onmogelijk een gefundeerde beslissing te nemen over zijn toekomst. Zij beschouwen de nieuwe wet als een louter politieke manoeuvre van de AKP om de toestroom naar het religieus onderwijs te bevorderen. Niet voor niets, zeggen zij, werd een groot deel van de huidige regering opgeleid aan een İmam Hatip-school. De hervorming leidde in de zomer tot een run op de beste (midden-)scholen. Leerlingen die onvoldoende scoorden op het toelatingsexamen, werden geplaatst op religieuze scholen, aldus het bericht in TDN. 

Religieus onderwijs is in brede zin een heikel punt, dat onder meer tot onenigheid leidde tussen de onderhandelende partijen in de commissie die een nieuwe grondwet moet formuleren. De verplichte godsdienstles op staatsscholen is vooral gericht op het instrueren van de soenitische islam, tot ongenoegen met name van alevieten. Vanuit verschillende hoeken wordt aangedrongen op afschaffing van verplicht religieus onderwijs. Onder meer het Education Reform Initiative (ERI) van Istanbul Policy Center pleit tegen. De coördinator van het ERI, Batuhan Aydagül, stelt dat indien religieus onderwijs wordt ingepast in het nieuwe stelsel, het een universeel karakter moet krijgen met evenredige aandacht voor alle levensbeschouwingen.

Hoewel de oppositie niet onwelwillend tegenover hervormingen in het onderwijs staat, is er veel weerstand tegen de wijze waarop de AKP het nieuwe stelsel door het parlement drukte. Onderzoek van de OECD laat zien dat het Turkse onderwijs significant (soms ver) beneden het berekende mondiale gemiddelde blijft steken op het gebied van leesvaardigheid, rekenvaardigheid en natuurwetenschappen. Turkije scoort bovendien zeer laag op spreekvaardigheid van het Engels. De urgentie voor hervorming wordt mede daarom ook buiten de AKP gevoeld. Het eenzijdige handelen van de AKP, dat nauwelijks acht sloeg op voorstellen en commentaar van de oppositie, leidde echter tot forse kritiek. In parlement en onderwijscommissie leidde dit tot acties van de oppositie, waarbij een commissielid van de CHP zelfs een marathontoespraak van 12 uur belegde. Desondanks werd de wet in april ondertekend door president Abdullah Gül.

Ondanks de aanhoudende kritiek is minister van onderwijs Ömer Dinçer positief over de hervormingen die volgens hem zullen leiden tot meer gelijkheid en kansen voor kinderen om zich te ontplooien in lijn met interesses, talenten en verwachtingen. De controverse over de motieven van de AKP-regering duurt echter voort en de recentelijk opnieuw geuite wens van premier Erdoğan om gelovige generaties op te voeden, wakkert de overtuiging aan van critici die stellen dat het nieuwe stelsel een neutrale pedagogische leer voorbij is.

 


« First 1 2 3 4 5 6 Last »