COLUMN: EU-Turkije, trendbreuk in economische betrekkingen?

Ahmet Erdoğan, december 2011

Ondanks een lichte daling in de afgelopen jaren is de EU al sinds jaar en dag de belangrijkste handelspartner van Turkije (2009: 42,6% totale handelsvolume). De nauwe economische banden worden niet alleen ingegeven door het Turkse EU-toetredingsproces, maar hebben ook hun wortels in de 20ste eeuwse strategische samenwerking tussen Turkije, Europa en de Verenigde Staten. Sinds de tweede regeringstermijn van de AKP (2007-2011) voert Turkije een steeds uitgesprokener, multidimensionaal buitenlands beleid. Wat is het effect van deze nieuwe beleidsoriëntatie voor de politieke en economische betrekkingen tussen de EU en Turkije?


Achtergrond
Toen Turkije en de voorloper van de EU (de EEG) in 1963 een associatieverdrag sloten, was ongeveer 37,5 % van de Turkse buitenlandse handel met de Europese Gemeenschap. Binnen  het kader van de NAVO werkten beide partijen al samen op militair strategisch niveau, tegen de dreiging vanuit de toenmalige Sovjet-Unie. Gezien de hoge militaire uitgaven van Turkije, had het land een belang om naast politieke en militaire coöperatie ook op economisch vlak nauw samen te werken. Vanuit de EEG lag het belang vooral op het vlak van veiligheid. Kortom, economische samenwerking werd vooral gemotiveerd door geopolitieke overwegingen: de economie van geopolitiek.

De volgende mijlpaal in de handelsbetrekkingen tussen de EU en Turkije was de totstandkoming van de douane-unie in 1996. Hoewel de unie als derde fase van het Associatieverdrag was gepland, werd deze dus pas veel later geïmplementeerd. De context hiervoor was het einde van de Koude Oorlog. Met de val van de Sovjet-Unie kwam Turkije naar voren als een (potentieel) invloedrijke regionale speler te midden van belangrijke conflictgebieden. In juni 1992 besloot de Europese Raad de relatie met Turkije te versterken. Wederom stoelde de motivering van de EU niet enkel op economische, maar ook op geopolitieke overwegingen. Destijds formuleerde de Europese Raad dit krachtig als volgt: “At the crossroads of the Caucasus, the Balkans, and the Middle East, and at the door of Central Asia, it holds a strategic position which gives it a role of major importance, on the one hand as a pole of stability in this particularly troubled region and, on the other, as a moderating element in the many regional conflicts at its doorstep (…). The collapse of the Communist world in 1989 only reinforced the interest of this country’s strategic position which remains the outpost of European security, in a period when one cannot yet clearly make out the respective destiny of liberty and extremism, of order or decomposition.[i] Op zijn beurt beschouwde Turkije de douane-unie als een middel om de Turkse economie te moderniseren, met vooruitzicht op EU-lidmaatschap.

Trendbreuk

Tegen deze achtergrond bleef de handel tussen de EU en Turkije groeien tot begin jaren 2000. Sindsdien echter daalt de Turkse handel met de EU stelselmatig.[ii] Terwijl het aandeel van de EU in 2003 nog 53,6% van het Turkse handelsvolume bedroeg, daalde dit naar 42,6% in 2009. In dezelfde periode groeide het aandeel van de Turkse handel met Azië van 18,7% naar 26,4%. Zo nam ook het aandeel van de handel met het Midden-Oosten toe van 8,5% in 2003 naar 11,8% in 2009. Hoewel het gaat om een procentuele en geen absolute daling van de handel met de EU, wijzen deze cijfers op een groei richting het Oosten in plaats van het Westen. Overigens houdt het krimpende handelsvolume geen verband met de huidige economische crisis in Europa. Los van de conjunctuur, gaat het hier om een structurele verschuiving die zich waarschijnlijk zal voortzetten.

Twee factoren lijken deze trendbreuk te verklaren. Ten eerste is de daling veroorzaakt door een verschuiving van het politiek-economisch zwaartepunt van het Westen naar het Oosten. De economische, gaandeweg ook politieke en militaire, machtsverschuiving van West naar Oost neemt Turkije min of meer mee. Dit betekent dat de handelsstructuur van Turkije verandert, waarbij de Turkse handel met niet-westerse, voornamelijk Oosterse, landen steeds sneller groeit. Zo steeg het handelsvolume met Rusland van $6,8 miljard in 2003 naar liefst $26,3 miljard in 2010, terwijl de handel met de voornaamste Turkse handelspartner Duitsland in dezelfde periode toenam van $16,9 miljard naar $29 miljard.[iii] Turkije en Rusland hebben zich voorgenomen de bilaterale handel binnen vijf jaar naar $50 miljard en binnen tien jaar naar $100 miljard te doen groeien. Met Iran heeft Turkije vergelijkbare afspraken, waarbij een toename naar  $30 miljard wordt beoogd. Naast een groei in de Turkse handel met Japan, Zuid-Korea en India is de verwachting dat China op den duur de voornaamste handelspartner van Turkije wordt. Door mondialisering is er dus niet alleen sprake van groeiende handel tussen de ontwikkelde landen, maar vooral in toenemende mate handel tussen de opkomende landen, waarmee de machtsbalans verschuift van het Westen naar het Oosten.

De tweede factor, naast de bovengenoemde structurele dimensie, betreft het nieuwe Turkse buitenlandbeleid. Overeenkomstig de nieuwe koers is het een prioriteit om de economische betrekkingen te diversifiëren, oftewel de economische banden met niet-westerse landen te bevorderen. Het nieuwe Turkse buitenland beleid definieert Turkije niet langer als periferisch, maar juist als centrumland in Eurazië. Op basis van zijn gunstige geopolitieke ligging en enorm potentieel voert Turkije dit nieuwe meerdimensionale buitenlandbeleid uit. Dit houdt in dat Turkije economische, politieke en culturele banden ontwikkelt met verschillende machtsblokken, waaronder de Balkan, Europa, de Kaukasus, Centraal-Azië, Rusland, het Midden-Oosten, Zuid-Azië, het Verre Oosten , het Middellandse Zeegebied en Noord-Afrika. Turkije kijkt dus naar alle kanten, letterlijk 360 graden. In deze visie is de EU gereduceerd tot een van de vele (strategische) blokken. In dit kader heeft Turkije zich gecommitteerd aan een vrije handelszone in het Midden-Oosten, met 60 landen de wederzijdse visumplicht opgeheven en met diverse landen een bilaterale (strategische) raad opgericht. Dit beleid, ook bekend als “zero problems with neighbors”, beoogt het ontwikkelen van wederzijdse economische afhankelijkheid, het verminderen van politieke spanningen in de regio om zodoende vrede, stabiliteit en welvaart te bevorderen, zoals binnen de EU.

Investeringen en technologietransfer

Economische betrekkingen bestaan niet alleen uit handel, maar ook uit investeringen en de daarmee samenhangende technologietransfer van het ene naar het andere land. Hoewel de EU-landen momenteel de voornaamste buitenlandse investeerders in Turkije zijn, is er ook hier sprake van een verschuiving. Illustratief is dat alle grote infrastructurele projecten in Turkije zijn aanbesteed aan niet-westerse landen of bedrijven, zoals de bouw van een kerncentrale door Rusland ($20 miljard ), de aanleg van een hogesnelheidslijn door Anatolië in samenwerking met China ($45 miljard), en Marmaray, een ambitieuze metrotunnel onder de Bosporus in Istanbul, gebouwd door Japanse bedrijven.

Wat de transfer van technologie naar Turkije betreft, blijven de EU-landen vooralsnog de voornaamste partner van Turkije. Ook hier is de vraag hoe lang dit nog duurt. Op dit vlak bieden opkomende landen elkaar aantrekkelijke partnerschappen. Daarnaast voert Turkije een agressief beleid om eigen technologie te produceren, en investeert het in onderzoek, innovatie en ontwikkeling. Kenmerkend is militair materieel, waarvoor Turkije zijn importafhankelijkheid van 75% naar 50% heeft gereduceerd, met als doel 75% eigen productie. Zo wordt het land op den duur exporteur in plaats van importeur op dit gebied. De eerste Turkse tank en oorlogsschip zijn al een feit. Aan een Turks vliegtuig wordt serieus gewerkt.

Toekomstvisie

Door dit meerdimensionale buitenlandbeleid hoopt Turkije een regionale grootmacht te worden, op politiek, economisch, militair en cultureel vlak. In dit scenario zou Turkije een leidende en ordenende rol gaan spelen in diverse omliggende regio’s, met name in het Midden-Oosten. Hierdoor wordt Turkije een aantrekkelijke partner voor diverse grootmachten en machtsblokken met wie Turkije alternatieve relaties kan ontwikkelen.

De VS lijkt op een dergelijke trend te anticiperen door de oprichting van een gemeenschappelijke raad op regeringsniveau tussen beide landen. Ook de zakenwereld wordt hierbij betrokken om naast politieke en militaire samenwerking ook de economische banden tussen beide landen te versterken en zodoende concurrentie van andere mogendheden, zoals Rusland en China, op afstand te houden. Zodoende hoopt de VS te bewerkstelligen dat Turkije op termijn (meer) rekening houdt met de belangen van de VS.

De EU daarentegen lijkt vooral met zichzelf bezig te zijn, en mist een heldere toekomstvisie. De EU leunt op het historische kapitaal (opgebouwde betrekkingen met Turkije), blokkeert de toetredingsonderhandelingen en stelt zodoende definitieve keuzes uit. Intussen loopt onderlinge samenwerking door, zolang de wederzijdse belangen groot genoeg zijn. Maar hoe sneller de bovengenoemde trends zich ontwikkelen en hoe langer de EU de onderhandelingen blokkeert, des te groter de kans dat er een definitief breekpunt komt. Een dergelijke keuze hoeft niet per se van EU-zijde te komen. Turkije is zich ook aan het bezinnen op het nut van EU-lidmaatschap voor Turkije, zoals de Turkse President recent aangaf. Een dergelijke breuk zou grote gevolgen hebben, niet alleen voor Turkije, maar ook voor de EU en voor de machtsbalans tussen Oost en West…

Ahmet Erdoğan is politicoloog.


[i] European Council, Declaration of the European Union Presidency on customs union with Turkey to the European Parliament on 14 February 1995, in: European Documents, No. 1924, 28 February 1995, pp. 2-3.

[ii] Mustafa Kutlay, 2010, www.usak.org.tr/rapor.asp?id=92

[iii] (www.tuik.gov.tr)


« First 1 2 3 4 5 6 Last »