Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

Achtergrond

Economische opbloei
Zoals gezegd, werd er met de economische liberalisering na de coup van 1980 een belangrijke stap gezet voor de Turkse integratie op de wereldmarkt. Kapitaalstromen gingen makkelijker het land in en uit, de economie werd competitiever en het land werd aantrekkelijker voor internationale investeerders. De douane-unie, die in 1996 werd opgericht met EU-landen, gaf op termijn een verdere impuls aan de intrede van Turkije op de wereldmarkt. Turkije kon nu vrij in- en uitvoeren naar de EU en zowel import als export namen in deze periode exponentieel toe.

De tweede helft van het eerste decennium van de 21ste eeuw ging het Turkije economisch voor de wind. Het BBP, de export, de inflatie en de werkloosheid ontwikkelden gunstig. In 2010 nam de export toe tot een totaal van $113 miljard. Ook het aantal exporterende bedrijven steeg tussen 2001 en 2011 met ongeveer 70% naar bijna 50.000 bedrijven. In 2023, als de Turkse republiek haar honderdste verjaardag viert, hoopt Turkije 500 miljard Turkse Lira (ongeveer $300 miljard) aan waarde te exporteren. De OECD voorspelde verder een doorgaande groei van gemiddeld 6,7% tot en met 2017 en volgens Goldman Sachs zal Turkije tegen 2050 de negende economie van de wereld en de derde economie van Europa zijn. Kortom, op het moment groeit de Turkse economie hard. Een dergelijke opkomst kon natuurlijk niet plaatsvinden zonder ontwikkelde en uitdijende internationale (handels)betrekkingen. De verbeterde grensoverschrijdende betrekkingen zijn daarbij zowel oorzaak als gevolg van de economische bloei.

Foreign Direct Investment
Een belangrijke rol bij de integratie van de Turkse economie in de wereldmarkt, wordt vervuld door Foreign Direct Investment (FDI). Dit zijn buitenlandse investeringen in een bedrijf waarbij met de investering ook zeggenschap over de bedrijfsvoering wordt ingekocht. Voor opkomende economiën die snakken naar kapitaal, zoals Turkije, zijn dergelijke  kapitaalstromen onmisbaar.

Turkije wist lange tijd niet veel FDI aan te trekken, tot 2002 nooit meer dan $1 miljard per jaar. Dit kwam vooral door politieke en economische onzekerheid en de onvoorspelbare gevolgen daarvan voor de Turkse markt. Vanaf het moment dat Turkije in 2005 officieel aan de toetredingsonderhandelingen met de EU begon, veranderde dit en groeide het vertrouwen in Turkije als investeringsland. In 2007 was het totaal aan FDI opgelopen tot $22 miljard, hetgeen na de crisis in 2009 weer terugliep tot $9 miljard in 2010. Hoewel dit nog altijd een klein gedeelte is van het totale BBP van meer dan $700 miljard, is er zeker sprake van een vooruitgang ten opzichte van eerdere jaren.

Er zijn echter ook negatieve aspecten aan te wijzen als het gaat om de concurrentiepositie van Turkije. Zo staat Turkije op de wereldranglijst van meest competitieve landen, die jaarlijks wordt gepubliceerd in het World Competitiveness Report, sinds 2001 onveranderd op nummer 48. Om de concurrentiekracht te verbeteren zou Turkije meer moeten investeren in secundaire infrastructuur, zoals het fiscale systeem en het onderwijs.

Regionale speler
Turkije bevindt zich in geopolitiek opzicht in een uitermate interessante regio. Zoals vaak gezegd, bevindt het zich tussen Oost en West en kan het in die hoedanigheid een brug zijn tussen Europa, het Midden-Oosten en Azië. Daarnaast bevinden zich in de directe omgeving van Turkije energierijke landen als Azerbeidzjan, de golfstaten en de republieken van Centraal Azië; wereldspelers als Rusland, de EU en Iran; conflicthaarden als Israël/Palestina, Libanon, Irak en de landen van de Arabische volksopstanden van 2011. Kortom, Turkije is zeer strategisch gesitueerd en kan op verschillende tonelen een belangrijke rol spelen.

De in 2009 aangetreden minister van Buitenlandse Zaken, Ahmet Davutoğlu, is zich buitengewoon bewust van deze unieke positie en het daarmee gepaard gaande potentieel. Onder zijn leiding – hij trad al in 2003 aan als directe buitenlandadviseur van premier Erdoğan – schudde Turkije de laatste internationale schroom van zich af en profileerde zich meer en meer als een beoogde regionale grootmacht. Er vonden vanaf dat moment met de regelmaat van de klok internationale handelsmissies en staatsbezoeken plaats, waarbij meerdere vrijhandelsverdragen werden gesloten en visumbeperkingen werden afgeschaft. Het beleid dat Turkije hierbij voert is direct geënt op de visie die Davutoğlu uiteenzette in zijn academische studie Strategic Depth (Stratejik Derinlik) uit 2001. Deze visie voorziet in een actief en expansief buitenlands beleid, waarbij problemen met nabijgelegen landen zo veel mogelijk worden opgelost of uit de weg gegaan. Davutoğlu noemt dit het Zero Problems with Neighbours beleid.

Tegelijkertijd blijft het buitenlands beleid van Turkije tegenstrijdig. Enerzijds werden onder de vlag van Zero Problems de banden met enkele buurlanden zienderogen verbeterd. De betrekkingen met Syrië en Iran waren hier goede voorbeelden van. Anderzijds was dit beleid ogenschijnlijk niet van toepassing op alle buren, getuige de nog altijd zeer stroeve en in sommige gevallen zelfs verslechterde relatie met buurlanden als (Grieks) Cyprus, Armenië en Israël. Ook blijft het lastig opereren voor de AKP-regering zolang een aantal hoofdpijndossiers niet zijn opgelost. Zo blijven de Koerdische en Armeense kwesties Turkije op het internationale toneel achtervolgen. In het eerste geval gaat het om de positie van Koerden in het huidige Turkije en de gewapende strijd met de PKK. In het tweede geval draait het onder meer om de erkenning van de massamoorden op Osmaanse Armeniërs in de Eerste Wereldoorlog onder de beladen noemer ‘genocide’.

Desalniettemin kan geconcludeerd worden dat Turkije zich sinds 2001 razendsnel op het internationale politiek-economische veld ontwikkelde. De handelsbetrekkingen en de export floreren en nemen ieder jaar flink toe. Wederzijdse handelsbeperkingen werden steeds verder afgebouwd, (vrij-) handelsverdragen werden ingesteld en het totale Turkse handelsvolume nam exponentieel toe. Ook buiten de directe omgeving krijgt Turkije steeds meer voet aan de grond. Van Argentinië tot Singapore en van Maleisië tot Mexico steeg het handelsvolume. De export naar de zogenoemde BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China) steeg het afgelopen jaar met ongeveer 50% naar een kwart van het totale Turkse handelsvolume.

Blogs

Turkije Instituut sluit zijn deuren
Turkije Instituut sluit zijn deuren
Nieuw Turks kabinet, Turkse rechtsstaat verder onder druk
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Lees meer...