Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

ANALYSE: Turks-Israelische betrekkingen in lastig vaarwater

22 september 2011, Turkije Instituut

De nasleep van het vlootincident en het Palmer-rapport
Begin september jl. berichtten de Turkse en Israëlische persdiensten over wantoestanden op de internationale vliegvelden van Istanbul en Tel Aviv, waar respectievelijk Israëlische en Turkse passagiers urenlang werden ondervraagd en gefouilleerd. Turkse chartermaatschappijen staken inmiddels de wekelijkse vluchten van en naar Israël, en een sluiting van het Turkse luchtruim voor Israëlische vliegtuigen dreigt. Inmiddels zijn dit slechts fragmenten van een escalerende crisis sinds het VN-rapport over de Israëlische aanval op het hulpkonvooi naar Gaza (mei 2010) op 1 september uitlekte.

De commissie, onder leiding  van voormalig premier van Nieuw-Zeeland Geoffrey Palmer, had het rapport eerder deze zomer al afgerond. De VN stelde openbaarmaking van het rapport echter uit om een schikking tussen Israël en Turkije mogelijk te maken. Naar verluidt was de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoğlu in bespreking met zijn Amerikaanse ambtgenoot Hillary Clinton in Parijs toen de New York Times berichtte over het gelekte rapport. De Turkse reactie volgde direct: alle Israëlische diplomaten boven de rang van 2e secretaris werd verzocht Turkije te verlaten. Het markeert het absolute dieptepunt in de bilaterale betrekkingen sinds Israël in 1980 Jeruzalem als hoofdstad uitriepen Turkije de relatie bevroor. Recentelijk opperde premier Erdoğan zelfs dat hulpkonvooien onder begeleiding van de Turkse marine naar Gaza zouden varen.

Het rapport over het vlootincident concludeert dat de Gaza-blokkade legaal was en dat Israëlische soldaten het recht hadden zich te verdedigen. De middelen die Israël daarbij gebruikte waren echter excessief – 9 Turkse staatsburgers kwam om het leven. Turkije is bijzonder ontstemt over de eerste conclusie, mede omdat de commisse Palmer een eerder VN-rapport over de kwestie (door de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten) negeert en daarbij ook een juridische analyse die het tegenovergestelde concludeert m.b.t. de legaliteit van de Gaza-blokkade. Israël beschouwt het rapport echter als een zeldzame rechtvaardiging vanuit de VN voor haar Gaza-beleid.

Achteraf bezien was de nasleep van de bekendmaking van het rapport een diplomatieke patstelling waarbij geen van beide partijen terugkwam op eerder genomen standpunten. Na het vlootincident eiste Turkije een officiële verontschuldiging van Israël. Voor Turkije was het moeilijk om hier afstand van te doen zonder gezichtsverlies. De zittende Israëlische regering, een fragiele coalitie van voornamelijk rechtse partijen onder leiding van Likud-voorman Netanyahu, zou bij een dergelijke stap echter zeer waarschijnlijk in een zware crisis belanden. Toen het rapport lekte, stokten de bemiddelingspogingen en volgde de Turkse uitwijzing van de Israëlische diplomatieke staf in Ankara.  

De crisis die de Turks-Israëlische relatie teistert staat in scherp contrast met de goede relatie die beide landen decennia lang onderhielden. Turkije was een van de eerste landen die Israël in 1949 als staat erkende en werkte zowel op economisch, politiek en militair gebied nauw samen met zijn Israëlische bondgenoot. Na de formele bevriezing van de betrekkingen in 1980, floreerde de relatie wederom vanaf eind jaren 80 en in de jaren 90. Debilaterale samenwerking ondervond aanvankelijk ook geen hinder toen de AKP in 2002 aan de macht kwam en meer toenadering tot het Midden-Oosten zocht.

Pas rond de jaarwisseling 2008-09, tijdens de grootschalige Israëlische operatie Cast Lead in Gaza, kwam de eerste klap in de verhouding. Het incident in Davos, waar Erdoğan tijdens het Wereld Economisch Forum zijn afschuw uitte over het Gaza-offensief en woedend het podium verliet, markeerde een keerpunt. De daaropvolgende herfst weerde Turkije Israël van een jaarlijkse militaire oefening. Begin 2010 volgde een ander voorval waarbij de Israëlische staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken Ayalon de Turkse ambassadeur naar Israël openlijk beledigde door hem op een lager bankje te laten zitten en hem niet de hand te schudden, bij zijn beklag over een Turkse anti-Israëlische Tv-serie. Het Mavi Marmara-incident in mei 2010 werd de laatste katalysator in de verslechterende relatie tussen Turkije en Israël.

De confrontatie met Israël staat haaks op het ‘zero-problem’ beleid van Davutoğlu, waarin de verbetering van relaties met buurlanden de prioriteit is om zodoende een stabiliserende factor in de regio te worden. De timing van de drastische maatregelen tegen Israël is opmerkelijk, gezien de recente escalatie in de strijd met de PKK, terwijl Turkije ook met Syrië overhoop ligt. Dit laatste zet ook de Turkse relatie met Iran, de belangrijkste bondgenoot van Syrië, op het spel. Juist in dit klimaat lijken Turkije en Israël elkaarhard nodig te hebben.

De grote vraag is hoe ver de gevolgen van de huidige crisis strekken. Israël zal naar alle waarschijnlijkheid vasthouden aan zijn weigering excuses aan te bieden. Daarmee lijken de diplomatieke betrekkingen voorlopig lam gelegd. Dit betekent ook dat de voorheen vergaande militaire samenwerking stil ligt. De gevolgen hiervan zijn ook economisch van aard: Turkije is een belangrijke afnemer van Israëlische wapensystemen en -techniek. Buiten deze sector lijkt de bilaterale handel vooralsnog onaangetast. In de bilaterale spanningen van de afgelopen jaren was de stabiele en zelfs groeiende wederzijdse handel een opmerkelijk gegeven. In 2010 bedroeg dit ongeveer $3,5 miljard, met een positieve handelsbalans in het voordeel van Turkije (dat kampt met een aanzienlijk tekort op de lopende rekening).

Terwijl het voorlopig onduidelijk is wat de economische repercussies van de huidige crisis zijn, voert Turkije de inzet voor het politieke steekspel verder op. Zo zet Turkije alles in werking om de Palestijnse poging VN-lidmaatschap te verwerven te ondersteunen. Het lastige diplomatieke proces in New York betekent ook dat er een reële kans bestaat dat het Turkse imago flinke schade oploopt. Het Turkse voornemen om de juridische toelaatbaarheid van de Gaza-blokkade voor te leggen aan het Internationaal Gerechtshof in Den Haag vereist een soortgelijke inspanning op VN-niveau, wederom een groot risico voor een niet-bindend advies.

In de tussentijd is Turkije ook hard op zoek naar nieuwe regionale bondgenoten. Het door Turkije geopperde strategische partnerschap met Egypte blijft echter vooralsnog een amorfe toekomstvisie.

Analyses Turkije Instituut

Het Turkije Instituut publiceert regelmatig analyses over de actualiteit in Turkije

Blogs

Turkije Instituut sluit zijn deuren
Turkije Instituut sluit zijn deuren
Nieuw Turks kabinet, Turkse rechtsstaat verder onder druk
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Lees meer...