Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

Vrijhandelsverdrag Turkije met Midden-Oosten: alternatief voor EU?

21 juni 2010, Turkije Instituut

In de afgelopen maanden is er veel gesproken over Turkije’s nieuwe buitenlandbeleid, dat meer op het Midden-Oosten (atoomdeal met Iran), de Kaukasus (gasdeal met Azerbeidzjan) en Centraal-Azië (strategisch partnerschap met Kazachstan) gericht lijkt dan op Europa. Er wordt wel gesuggereerd dat Turkije zich hiermee heeft afgekeerd van ’het Westen’, en daarmee ook van de Europese Unie. Dit wordt door Turkse diplomaten en politici echter stellig ontkend.

’Hoe meer Turkije zijn boog spant richting het oosten, hoe verder je richting het westen kunt schieten’, aldus minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu. In de afgelopen week is de boog weer een stukje verder aangespannen, door een overeenkomst tussen Turkije, Syrië, Jordanië en Libanon over een vrijhandelszone tussen de genoemde landen. Is hiermee de reikwijdte van Turkije’s pijl op het westen weer een beetje gegroeid, of dreigt de pees te knappen en de Turkse pijl onverrichter zake op de grond te kletteren?

De overeengekomen vrijhandelszone tussen de vier ’buurlanden’ laat een vrij verkeer van goederen, diensten en personen toe. Het verdrag werd in Istanbul ondertekend tijdens het vijfde Turks-Arabisch Economisch Forum, een jaarlijkse bijeenkomst van landen in het Midden-Oosten die tot doel heeft de economische banden tussen de deelnemers te bevorderen. De Turkse minister van Buitenlandse Zaken Davutoglu nodigde tijdens het forum ook de 18 andere aanwezige landen expliciet uit om in de toekomst samen te werken. Daarnaast werd de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan met een daverend applaus onthaald. Zijn populariteit in het Midden-Oosten is de laatste periode sterk gegroeid, vooral vanwege zijn harde toon tegen Israël en zijn kritiek op VN-sancties tegen Iran.

Sommige Turkse media spreken van de Midden-Oosten Unie, als een potentiële tegenhanger van de Europese Unie. Erdogan en Davutoglu bestrijden deze suggestie door te benadrukken dat Turkije nog altijd het EU-lidmaatschap ambieert, en geenszins een alternatief voor de Europese Unie zou willen vormen. Anderzijds stelt Erdogan – en met hem ook enkele westerse critici  – dat de EU te terughoudend is met betrekking tot Turkije en zo deze shift zelf teweeg heeft gebracht. Erdogan: ’We zijn de EU aan het testen, en ze hebben het niet door. We zullen zien of zij oprecht zijn.’ De Jordaneze professor Internationale Betrekkingen Mohammad Masalha meent dat de betrokken staten een groot marktaandeel in de regio hebben, en dat verbeterde onderlinge economische en culturele relaties ook tot een politieke alliantie zouden kunnen leiden.

Echter, volgens Mohammad al-Momani en Mohammad al-Halaiqa – beiden eveneens afkomstig uit Jordanië  –  is de transformatie van economische banden tot een politieke unie zoals die in de EU tot stand is gekomen een ‘onrealistisch doel’. Leden van zo’n blok zouden volgens hen een zwakke economie hebben en ontbreekt het aan politieke wil. Ook merken zij op dat Arabische grootmachten als Egypte en Saudi-Arabië een dergelijke organisatie niet zouden accepteren. Al-Momani en al-Halaiqa vermoeden dat Davutoglu’s aanmoedigingen voor een bredere Turks-Arabische vrijhandelszone door beide landen met weinig enthousiasme zijn ontvangen. Zij hebben immers het meest te verliezen bij een de opkomst van Turkije als regionale superstaat. Concluderend, of een MOU (Midden-Oosten Unie) als rivaal van de EU daadwerkelijk zal materialiseren is maar zeer de vraag.

Wel toont dit vrijhandelsverdrag dat aan Turkije’s nieuwe buitenlandse politiek vooral economische overwegingen ten grondslag liggen. Jarenlang was de economie van het land verbonden met Europa, en nog altijd is Europa de grootste afnemer van Turkse export. De economische crisis heeft Turkse zakenlieden – vooral diegenen uit Centraal-Anatolië die de achterban van de AKP vormen – echter genoopt om nieuwe markten aan te boren die minder hard geraakt zijn dan de Europese. In Konya bijvoorbeeld werd in 2009 voor het eerst in tientallen jaren meer goederen naar het Midden-Oosten dan naar Europa vervoerd. Erdogan stelde vast dat investeringen vanuit Noord-Afrika en het Midden-Oosten de afgelopen vijf jaar 8 miljard dollar bedroegen, maar dat uit deze economische relaties veel meer winst te halen valt. Turkije had al vrijhandelsverdragen met Egypte, Israël, Marokko en Tunesië; dit nieuwe vrijhandelsverdrag vormt een volgende stap om deze winst te behalen.


Analyses Turkije Instituut

Het Turkije Instituut publiceert regelmatig analyses over de actualiteit in Turkije

Blogs

Turkije Instituut sluit zijn deuren
Turkije Instituut sluit zijn deuren
Nieuw Turks kabinet, Turkse rechtsstaat verder onder druk
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Lees meer...