Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

24 april: Obama en de Armeense kwestie

11 mei 2010, Turkije Instituut

Op zaterdag 24 april, herdachten Armeniërs over de hele wereld de Armeense genocide van 1915. De herdenking van de gebeurtenissen van 1915 is traditiegetrouw het moment voor de Armeense diaspora in de Verenigde Staten om te ijveren voor een ‘genocideverklaring’ door president Barack Obama. Turkije bestrijdt formeel de kwalificatie genocide en stelt dat Armeniërs én Turken het slachtoffer waren van de toenmalige (burger)oorlog en hongersnood.

Elk jaar geeft de president van de Verenigde Staten een verklaring uit op 24 april om stil te staan bij het lot van de Osmaanse Armeniërs. In 2009 waren de verwachtingen hooggespannen, aangezien Obama in zijn verkiezingscampagne, en daarvoor als senator, de invloedrijke Amerikaans-Armeense gemeenschap de belofte had gedaan de genocide als zodanig te erkennen. Op 24 april 2009 omzeilde Obama echter de heikele kwestie en gebruikte hij de term 'Meds Yeghern' (Armeens voor grote catastrofe, de Armeense aanduiding voor '1915'). Die term hanteerde Obama ook dit jaar in zijn verklaring waarin hij de gebeurtenissen eveneens ‘een van de grootste wreedheden van de twintigste eeuw’ noemde. Hij prees echter ook het Turks-Armeense verzoeningsproces en de voorzichtige dialoog tussen Turken en Armeniërs.  

Armeense belangengroeperingen reageerden teleurgesteld. De Turkse minister-president Erdoğan reageerde opgelucht op Obama’s woorden, die volgens hem rekening hielden met Turkse gevoeligheden, terwijl minister van Buitenlandse Zaken Davutoğlu de verklaring onacceptabel achtte. Zijn ministerie plaatste een scherpe reactie op de eigen website waarin het stelde dat het niet de taak van derde landen is om te oordelen over de relatie tussen Turkije en Armenië.

Verzoening stagneert
In maart van dit jaar nam de Commissie Buitenlandse Zaken van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden een resolutie aan die president Obama opriep om de genocide te erkennen. Het was aanleiding voor Turkije om de ambassadeur in de Verenigde Staten (tijdelijk) terug te trekken. De resolutie is echter niet bindend en aanname door het voltallige Huis van Afgevaardigden lijkt zeer onwaarschijnlijk zonder Obama’s steun. Net als onder Clinton en Bush lijkt het belang van goede betrekkingen met Turkije te prevaleren.

Officieel noemt de regering Obama als belangrijkste reden voor de schijnbare politieke ommezwaai het precaire vredesproces tussen Armenië en Turkije, dat de Verenigde Staten niet willen verstoren. Sinds vorig jaar praten de twee landen weer voorzichtig met elkaar, en in oktober 2009 werd een overeenkomst getekend die zou moeten leiden tot diplomatieke betrekkingen tussen beide landen, en een heropening van de grenzen. Ankara verbindt het verzoeningsproces met Armenië echter aan een oplossing van het Armeens-Azerbeidzjaanse conflict over de tussen deze landen betwiste regio Nagorno-Karabach. Turkije voelt zich verbonden met het Turkische Azerbeidzjan, en het conflict tussen dit land en Armenië was dan ook de reden dat Turkije de grens met Armenië sloot in 1993. Het Armeense parlement heeft op 22 april de ratificatie van het verdrag formeel opgeschort, omdat Turkije onredelijke voorwaarden zou stellen. Op dit moment lijken de onderhandelingen bevroren te zijn, omdat de Turkse oppositiepartijen tegen elk plan zijn waarin de Nagorno-Karabach regio niet is besloten. Experts verwachten dat de AKP-regering het zich niet zal willen veroorloven om voor de volgende verkiezingen (in 2011) deze strijd met de oppositie aan te gaan.

Ook economische overwegingen en veiligheidsbelangen zullen voor de regering Obama meespelen, gezien het strategische belang van NAVO-bondgenoot Turkije voor de oorlogen in Irak en Afghanistan, en als belangrijke speler in een energierijke regio.

In Turkije zijn ondertussen voorzichtig andere geluiden te horen, die zich distantiëren van het officiële Turkse standpunt en ernaar streven de mentale kloof tussen Turken en Armeniërs te overbruggen. In 2008 lanceerde een groep intellectuelen een website, waarop ruim 30.000 mensen een petitie tekenden waarmee zij hun excuses aanboden aan de Armeniërs. Dezelfde groep organiseerde op 24 april twee bijeenkomsten in Istanbul – ondermeer op het symbolisch belangrijke Taksimplein - waarbij enkele honderden mensen de Armeense slachtoffers van 1915 herdachten.

Analyses Turkije Instituut

Het Turkije Instituut publiceert regelmatig analyses over de actualiteit in Turkije

Blogs

Turkije Instituut sluit zijn deuren
Turkije Instituut sluit zijn deuren
Nieuw Turks kabinet, Turkse rechtsstaat verder onder druk
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Lees meer...