Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

Controverse onder historici

Het verloop van de deportaties in 1915-16 en de omstandigheden waarin vele Armeniërs omkwamen worden in academische kringen buiten Turkije algemeen als historische feiten aanvaard. Over een drietal aspecten van de kwestie verschillen historici echter van mening. In de eerste plaats de militaire noodzaak als rechtvaardiging van de deportatie van Armeniërs weg van het oostelijk oorlogsfront. Armeniërs zouden collaboreren met Rusland, waarmee het Osmaanse Rijk in oorlog verkeerde, en een reële interne bedreiging vormen voor het voortbestaan van het Rijk. In de tweede plaats betreft het de aantallen, waarbij sommige Turkse historici uitgaan van 200.000 doden, terwijl Armeense auteurs soms een slachtofferaantal van anderhalf miljoen hanteren. Turkse historici benadrukken bovendien dat in gevechten tussen het Turkse leger en Armeense milities ook veel Turken gedood werden. In de derde plaats gaat het om de achterliggende intentie van de massamoorden. Een plan tot uitroeiing of een systematiek in de uitvoering die wijst op een intentie tot vernietiging, onderscheidt genocide namelijk van massamoord.

In het aantonen van de intentie ligt de kern van de controverse. Immers, hoe bewijs je dat de Osmaanse regering tot doel had de Armeense gemeenschap uit de weg te ruimen? Volgens sommige historici wijst de afwezigheid van bronnen die een uitdrukkelijk bevel tot uitroeiing bevatten op de onmogelijkheid van een dergelijke maatregel. Inderdaad is in de Osmaanse archieven een expliciet bevel tot uitroeiing niet terug te vinden.

Volgens anderen is uit de beschikbare bronnen en de manier waarop de deportatie van Armeniërs werd uitgevoerd wel degelijk een vooropgezet plan tot uitroeiing af te leiden. Zij baseren zich op de vele rapporten, getuigenissen van overlevenden en ooggetuigenverslagen van buitenlandse diplomaten en missionarissen - waaronder die in de archieven van Duitsland, bondgenoot tijdens WOI.  Bovendien  werden de deportaties en moordpartijen op Armeniërs na afloop van de oorlog in 1919 onderzocht door een Turks militair tribunaal, dat ook de hoofdverantwoordelijken (in absentia) ter dood veroordeelde.