Bestuur

Het Osmaanse bestuur werd sterk beïnvloed door de hervormingspolitiek van de negentiende en twintigste eeuw. Belangrijke thema’s waren centralisering, bureaucratisering en de ongemakkelijke invoering van het parlementaire stelsel.

De centralisering van de macht en de bureaucratisering van het Osmaanse bestuur waren nauw met elkaar verbonden: centralisering werd vooral bewerkstelligd door een vergroting van de bureaucratie. Mahmut II (r. 1808-1839) had als sultan veel macht en invloed uitgeoefend, maar na zijn dood was vooral de Osmaanse regering onder leiding van de grootvizier, wiens ministerie bekend stond als de Hoge Porte, het centrum van de macht. Het ambtenarenapparaat van de Porte groeide niet alleen sterk, maar werd als organisatie ook bureaucratischer, dat wil zeggen, de opleiding en aanstelling van ambtenaren werd aan steeds meer regels onderworpen. Beheersing van het Frans (wat feitelijk vaak voor kennis van Europa garant stond) werd ook een belangrijk middel om te promoveren binnen het centrale staatsapparaat.  Alhoewel tijdens het bewind van Abdülhamit II (r. 1876-1909) de macht van de Porte weer naar het paleis verschoof bleef de bureaucratisering en centralisering van het bestuur een belangrijke trend. Op deze manier werd de Osmaanse staat met haar groeiende ambtenarenapparaat in de loop van de negentiende eeuw ook steeds meer een deel van het alledaagse leven van haar onderdanen.

De theoretische gelijkheid van alle mannelijke onderdanen van de sultan die in 1856 werd ingevoerd veranderde ook de relatie van de sultan ten opzichte van zijn hoge ambtenaren.  De machtigste functionarissen aan het hof van het Osmaanse Rijk waren al vanaf de 15de eeuw officieel slaven van de sultan geweest, maar met het begin van de Tanzimat kwam een eind aan deze traditie. Eveneens werd het door de hervormingen mogelijk voor christenen om bestuursposten te bekleden die voorheen alleen aan moslims werden toegekend.

De oprichting van een Osmaans parlement in 1876 (zie afbeelding), ontbonden in 1878 en opnieuw opgezet na de Jong Turkse revolutie van 1908, had een tweedelig effect. Enerzijds had het parlement na 1908 op papier bevoegdheden die de traditionele macht van de sultan sterk beperkten. Het parlement kon bijvoorbeeld niet meer door de sultan worden ontbonden en de lijst van functionarissen die de sultan kon aanstellen werd beperkt tot de grootvizier en de şeyhülislam (het hoofd van de religieuze tak van het staatsapparaat). Het geheime genootschap van de Jong Turken, İttihat ve Terakki Cemiyeti (Comité van Eenheid en Vooruitgang, afgekort İT) had in de praktijk echter via het leger veel invloed op de besluitvorming in het parlement. Daarnaast beperkte de vrijwel permanente staat van oorlog vanaf 1912 tot 1922 het functioneren van het parlement aanzienlijk; zo werd het parlement naar aanleiding van de Balkanoorlogen gesloten en in 1918 door de Britse bezettingsmacht zelfs ontbonden.

Blogs

De Koerdische factor in de presidentiële verkiezingen
De bevoegdheden van de president
De bevoegdheden van de president
Erdoğan op nummer één in de verkiezingspolls
De kunst van het korte verhaal – Sait Faik
Stire Kaya-Cirik: Een echo uit een onverwerkt verleden
Concurrentie op de flanken in Diyarbakır
De onzichtbaarheid van vrouwen in de Turkse politiek
Erdoğan: twintig jaar na de eerste verkiezingsoverwinning
OPINIE: Turkse schaduw over onze raadsverkiezingen
ANALYSE: Uitslag Turkse verkiezingen
REPORTAGE: Een mooie uitslag, we gaan op dezelfde voet verder
ANALYSE: Reacties in Turkije
ANALYSE: Internationale reacties - Rocky third term
UPDATE: Ontwikkelingen op de financiële markt
Lees meer...