Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

Syrië

De Turks-Syrische betrekkingen zijn sinds 1939, toen onder druk van de Fransen de voormalige Osmaanse provincie Alexandretta, Hatay werd overgedragen aan de Republiek, gekenmerkt door vijandigheid. Pas sinds 2000 is er sprake van toenadering tussen Turkije en Syrië op dit punt. Naast onvrede over het verlies van de provincie, was water  één van de andere strijdpunten. Syrië en Irak zijn voor hun watervoorziening geheel afhankelijk van de Eufraat en de Tigris, die ontspringen in Turkije. Eind jaren '80 ging in Turkije het ‘Zuidoost-Anatolië Project (GAP)’ van start: een 32 miljard dollar kostende operatie die voorziet in de bouw van 19 elektriciteitscentrales en 22 dammen langs de Eufraat en de Tigris. Ankara wil ongeveer 1,7 miljoen hectare grond irrigeren. De stroomafwaartse buren van Turkije (Irak en Syrië) zijn bang dat het project op den duur hun watertoevoer zal beperken.

Met het begin van de gewelddadige acties door de PKK in de jaren '80 verslechterde de verhouding verder. De Turkse regering verdacht het regime Assad van steun aan de PPK, zoals het bieden van onderdak aan PKK-leider Abdullah Öcalan. Als gevolg van de strategische relatie tussen Israël en Turkije enerzijds, en Ankara’s toenemende controle op de watertoevoer naar Syrië, voelde Damascus zich klemgezet  tussen de twee bondgenoten. Dit bewoog Syrië ertoe om vanaf de jaren '90 de PKK directer en openlijk te steunen, om een sterkere positie te kunnen verkrijgen in de bilaterale betrekkingen met Turkije. In 1998 dreigde Turkije Syrië met oorlog als het onderdak zou blijven bieden aan de PKK en haar leider Abdullah Öcalan. Deze werd hierop door Syrië uitgezet.

Na het aantreden van de AKP-regering in 2002 kregen de betrekkingen tussen Turkije en Syrië een verzoenend karakter. Diplomatieke betrekkingen werden geleidelijk aan verder ontwikkeld door vertrouwensopbouwende maatregelen. Turkije was op zoek naar stabiliteit en nieuwe afzetmarkten, terwijl Damascus, dat z’n relaties met de Verenigde Staten drastisch had zien verslechteren, Turkije goed kon gebruiken als toegang tot de VS in het bijzonder en de westerse wereld in het algemeen. Turkije bemiddelde in 2008 tussen Syrië en Israël en was naar verluidt dicht bij een overeenkomst. Deze onderhandelingen werden getorpedeerd door de Gaza-oorlog van december 2008-januari 2009. Omdat Turkije aan de vooravond van de oorlog nog met Israël aan tafel zat, ontstond het – onjuiste – beeld dat Turkije z’n goedkeuring aan deze oorlog had gegeven.

Het zero problems beleid richtte zich met name op Syrië. Verschillende bezoeken en handelsmissies onder leiding van zowel President Gül als Premier Erdoğan leidden onder meer tot het opheffen van de visumplicht en maakten een einde aan importbeperkingen en invoerheffingen. Davutoğlu greep iedere gelegenheid aan om de gemeenschappelijke cultuur en geschiedenis van de Turkse en Syrische burgers te benadrukken.

Het vrijhandelsakkoord dat beide landen in 2007 sloten deed het bilaterale handelsvolume in drie jaar tijd bijna verdrievoudigen. Tegelijkertijd legde de import van Turkse goederen de inherente zwakte van de Syrische economie bloot. Het systeem, dat gebaseerd was op patriarchale relaties en nepotisme kon niet met de Turkse goederen concurreren. In Ankara was men omwille van de nieuwe bloei in de relaties bereid het dictatoriale karakter van het regime Assad door de vingers te zien.

Toen de protesten in de straten van verschillende Syrische steden uitbraken, probeerde Turkije Assad aanvankelijk te overtuigen hervormingen door te voeren. De Turkse pressie sorteerde echter geen enkel effect. Wijs geworden door de elkaar snel opvolgende gebeurtenissen van de ‘Arabische Lente’, koos de regering Erdoğan de kant van de oppositie. De verhoudingen tussen beide landen kwamen hiermee op scherp te staan.

Op 22 juni 2012 werd een Turkse straaljager uit de lucht geschoten. Het Syrische leger droeg als reden aan dat de straaljager boven Syrische territoriale wateren vloog. Turkije stelde dat het niet ongebruikelijk is voor straaljagers om bij oefeningen kort het luchtruim van buurlanden te betreden. De twee piloten kwamen om, maar een groter conflict werd in de kiem gesmoord. Op 3 oktober 2012 landde er een mortier uit Syrië in het Turkse grensplaatsje Akçakale. Vijf inwoners kwamen om en als reactie nam het Turkse parlement een wet aan die militaire acties over de grens toestond. Hoewel  het een publiek geheim is dat Turkije Syrische oppositiegroeperingen van wapentuig voorziet en daarmee indirect een actor is in het conflict, kwam het zover nog niet. Wel zijn er sinds januari 2013 op verzoek van Turkije NAVO-Patriots gevestigd nabij de Syrische grens, die aanvallen die Damascus op het Syrische noorden uitvoert moeten onderscheppen.

Het grensverkeer gaat voornamelijk van Syrië naar Turkije. Turkije biedt inmiddels onderdak aan meer dan 1.600.000 Syrische vluchtelingen. Er zijn 22 vluchtelingenkampen in Turkije die plaats bieden aan meer dan 220.000 mensen. De kampen zitten vol en 1.3 miljoen vluchtelingen leven buiten de kampen, waarvan slechts 15% geholpen wordt door verschillende organisaties. Toch is er ook verkeer in de andere richting. Zo is bekend dat mogelijk honderden extremisten uit het westen Syrië zijn binnengekomen om de Islamitische Staat te steunen via Turkije. Europese landen vonden dat Turkije niet genoeg deed om hen  tegen te houden, maar Turkije geeft aan dat er niet voldoende informatie over de desbetreffende personen wordt gedeeld door Europa om effectief op te kunnen treden. Inmiddels worden er met enige regelmaat potentiële IS-strijders aan de Turkse grenzen opgepakt en teruggestuurd. De handel tussen Turkije en Syrië is volledig opgedroogd  De burgeroorlog in Syrië lijkt door geen van de strijdende partijen gewonnen te kunnen worden en meer internationale interventie is dankzij  het veto van Rusland niet waarschijnlijk. De dominante rol die de Koerdische Peshmerga’s spelen in de strijd tegen IS, is voor de Turkse regering een complicerende factor. Turkije is gebaat bij een stabiel Midden-Oosten. Even leek het daar heel dichtbij, maar Syrië werd van de parel in kroon van het zero problems beleid tot één van de meest problematische dossiers in de Turkse politiek.

Blogs

Turkije Instituut sluit zijn deuren
Turkije Instituut sluit zijn deuren
Nieuw Turks kabinet, Turkse rechtsstaat verder onder druk
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Lees meer...