Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

Irak

Tot de volledige onafhankelijkheid van Irak in 1932 werden de betrekkingen met Turkije vooral ingegeven door Britse belangen. Immers, Groot-Brittannië kreeg in 1920 van de Volkenbond het mandaat over deze Irakese provincie van het Osmaanse rijk.  Zo ontwikkelden de Britten de in 1927 ontdekte olievelden in Kirkuk, en het transport van de olie uit die velden naar de golf van Iskenderun in Turkije. In 1937 sloten Turkije en Irak, samen met Iran en Afghanistan het ‘Sadabad Pact’. Dit non-agressiepact was een uitdrukking van de overlappende nationale en regionale belangen van Irak en Turkije.

Hoewel Irak in de decennia daarna enkele keren van regering en regime veranderde en zich terugtrok uit de CENTO (Centrale Verdragsorganisatie) bleven de betrekkingen met Turkije tot de Tweede Golfoorlog in 1991 over het algemeen goed. Toen Turkije na die oorlog het internationale embargo tegen Irak steunde, verslechterden de onderlinge relaties. Daarnaast ondernam Turkije in de jaren '90 een aantal grote invasies in Noord-Irak zoals een zes weken durende operatie in 1995 waarbij 35.000 Turkse troepen werden ingezet om Koerdische separatisten te bestrijden. Na de oprichting van de Irakese ‘Koerdische Autonome Regio’ (KAR) in 1992, was Ankara aanvankelijk zeer bezorgd over de gevolgen die de culturele, politieke en sociale invloed vanuit dat gebied zou hebben voor de onafhankelijkheidsaspiraties van de Turkse Koerden.

Dat was één van de redenen voor Turkije om het verzoek van bondgenoot de Verenigde Staten, om bij de Irak-oorlog van het Turkse grondgebied gebruik te mogen maken, naast zich neer te leggen. Het Turkse parlement besloot voor de Irak-oorlog in 2003 geen toegang te verlenen aan de Amerikaanse troepen. Later stelde Turkije overigens alsnog zijn luchtruim en aanvoerroutes open voor de VS, waarbij Turkije in 2007 een akkoord sloot dat normalisering van de betrekkingen met de Irakese Koerden voorzag en Amerikaanse inlichtingen over de strijd tegen de Koerden veilig stelde.

De ‘Kurdistan Regionale Regering’ (KRG) bestuurt sinds 2005 de internationaal erkende 'Koerdische Autonome Regio' (KAR). De Irakese regering is, hoewel democratisch gekozen, relatief zwak en heeft moeite met het bewaren van de binnenlandse stabiliteit. Bijgevolg maakte Turkije zich lange tijd zorgen over de territoriale integriteit van Irak, omdat het uiteenvallen van Irak verregaande Irakees-Koerdische onafhankelijkheid zou kunnen betekenen.

Turkije had goede relaties met de KRG ontwikkeld. Investeringen en bouwopdrachten aldaar maakten Irak tot de tweede Turkse exportmarkt in 2011. Daarnaast transporteerde de KRG naast olie in toenemende mate gas naar Turkije via de bestaande Kirkuk-Ceyhan pijplijn. Dit past in Ankara’s ambitie om een regionale energiehub te worden en de energietoevoer te diversifiëren. De KRG profiteerde niet alleen economisch, maar ook strategisch van de goede banden: het bood een tegenwicht aan de Iraanse invloed in Irak en de centralistische neiging van de regering Al-Maliki in Bagdad.

Aan Turkse zijde is naast de economische component ook de regionale machtsbalans van belang. Turkije en Iran staan diametraal tegenover elkaar in de situatie in Syrië. Omdat het sjiitische Iran volgens Turkije langs sektarische lijnen invloed in Irak probeert uit te oefenen, probeert Turkije via de soennitische bevolking en de KRG een tegenwicht te bieden. De angst voor een onafhankelijk Koerdistan was ondergeschikt aan de winst van goede economische betrekkingen met de  KRG . Bovendien kon Turkije de KRG goed gebruiken om de invloed van de PKK in Syrië in te dammen.

De premier van Irak, al-Maliki, die geregeld publiekelijk botste met de Turkse premier Erdoğan, zag de warme banden tussen Turkije en de KRG met lede ogen aan en sprak van “interventie in interne aangelegenheden”. Ook gevoelig lagen de bombardementen die Turkije uitvoerde op de PKK-kampen in het noorden van Irak. Een ander heikel punt is de status van de voormalige Irakese vice-president Tariq al-Hashemi. In eigen land is hij veroordeeld tot de doodstraf voor het leiden van doodseskaders. Hij vond onderdak in Turkije, dat hem niet wil uitleveren.

Na het vertrek van de laatste Amerikaanse soldaten in december 2011, verslechterden de banden tussen het centrale gezag in Irak en de KRG. Pas met het aantrede van de  regering van Haider al-Abadi in 2014 kwam daar verandering in. De nieuwe regering werkt aan het herstel van de relatie tussen de landen. Ondertussen bleef Turkije ten koste van afspraken hierover met de centrale regering in Bagdad rechtstreeks olie importeren uit de KRG.

Ondanks het feit dat de Iraakse Koerden een trouwe bondgenoot van Turkije zijn en een belangrijk handelspartner, wordt de relatie steeds op de proef gesteld door de terughoudendheid van Turkije om de Islamitische Staat te bestrijden. De Islamitische Staat vocht onlangs over de Syrische stad Kobani, vlak bij de Turkse grens, tegen niet alleen de Iraakse, maar ook tegen de Syrische en Turkse Koerden. Turkije heeft voor elke groep Koerden een ander beleid. De Turkse overheid voert vredesbesprekingen met Öcalan, de leider van de PKK die strijd voor (Turkse) Koerdische onafhankelijkheid. In maart 2013 is kwam het tot een wapenstilstand die min of meer wordt  nageleefd. Beide partijen kunnen het zich niet veroorloven om verder te strijden, omdat Öcalan’s PKK ook vecht tegen de Islamitische Staat en de AKP zich focust op een vierde overwinning van de parlementsverkiezingen in juni 2015. Wat de Syrische Koerden betreft, op hen wil Erdoğan politieke en economische druk uit blijven oefenen. Turkije wil namelijk geen onafhankelijke Koerdische staat als buurland. Turkije heeft het liefst dat zij deelnemen aan de in Istanbul gevestigde Syrische oppositie. Omdat de Koerden zich na de strijd om Kobani zich meer eensgezins voelen dan voorheen, zal Ankara voorzichtig moeten zijn met haar aanpak van alle partijen om de relatie met de Iraakse Koerden niet te schaden.

De relatie tussen Turkije en Irak is ondertussen aanzienlijk verbeterd. In november 2014 bezocht minister president Ahmet Davutoğlu Baghdad en al-Abadi bracht een bezoek aan Ankara in december datzelfde jaar. Na het bezoek van de Turkse minister van Energie en Natuurlijke Bronnen Taner Yildiz aan Bagdad in januari 2015 werden er nieuwe overeenkomsten gesloten betreft olie, natuurlijk gas en elektrische energie. Dit is een belangrijke stap voor Turkije, omdat de twee belangrijkste energieleveranciers van Turkije, Rusland en Iran, met sancties worden geconfronteerd.

Blogs

Turkije Instituut sluit zijn deuren
Turkije Instituut sluit zijn deuren
Nieuw Turks kabinet, Turkse rechtsstaat verder onder druk
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Lees meer...