Ahmet Davutoğlu benoemd tot Minister van Buitenlandse Zaken

18 mei 2009, Turkije Instituut
Ahmet Davutoğlu volgt Ali Babacan op als Minister van Buitenlandse Zaken. Hoewel de benoeming van Davutoğlu geen verassing was, voedt het de geruchten dat de AKP interesse heeft verloren in Europa en dat het EU-proces niet meer tot de topprioriteiten van de partij behoort. Davutoğlu staat immers niet bekend als vurig pleitbezorger van EU-toetreding maar als de architect van een multidimensionale benadering waarin het traditionele westers georiënteerde Turkse buitenlandse beleid is uitgebreid naar de Kaukasus, Rusland, Afrika en het Midden-Oosten.

Zo dragen de verbeterde betrekkingen met Syrië, Armenië, Iran en ook met invloedrijke groepen in de regio zoals Hezbollah en Hamas - getuige het bezoek van Hezbollah-leider Meshal aan Turkije (februari 2006) - Davutoğlu’s stempel. Davutoğlu staat een pragmatisch zero-problem beleid met de buurlanden voor. Zich bewust van de unieke geografische, religieuze en culturele positie van Turkije pleit hij in zijn boek Strategic Depth voor variatie in het buitenlands beleid: door de betrekkingen met meerdere landen te verdiepen wordt Ankara minder afhankelijk van de grote machten.

In zijn visie sluit dit de verankering van Turkije in westerse organisaties niet uit. Turkije zou zijn westerse oriëntatie moeten behouden, maar tegelijkertijd een onafhankelijkere koers moeten varen. In Davutoğlu’s woorden zou Turkije niet langer een land moeten zijn ‘which only reacts to crises, but notices the crises before their emergence and intervenes in the crises effectively, and gives shape to the order of its surrounding region.’  In Arabische landen werd overwegend positief gereageerd op zijn benoeming. Davutoğlu speelde een belangrijke rol in de shuttle-diplomatie in het Midden-Oosten waarbij hij probeerde te bemiddelen tussen Syrië, Israël en Hamas. Hij zoekt betere verhoudingen met moslimlanden en spreekt bovendien vloeiend Arabisch.

Tegelijkertijd zijn er met name in Egypte en Iran ook zorgen ten aanzien van de belangrijke regionale rol die Davutoğlu voor Turkije weggelegd ziet. Davutoğlu meent dat Turkije de verantwoordelijkheid heeft om bij te dragen aan stabiliteit in ‘the countries and peoples of the regions which once had links with Turkey.’ Zijn visie wordt wel neo-Ottomaans genoemd en zou panislamitische en nationalistische kenmerken hebben: als regionale hegemoon zou Turkije’s culturele en economische invloed toenemen. In Davutoğlu’s woorden zou Turkije zelfs ‘an order-instituting role’ in het Midden-Oosten, de Balkan en de Kaukasus moeten spelen.

Ook de Turkse pogingen om in Afrika voet aan de grond te krijgen om markttoegang voor Turkse bedrijven te bewerkstelligen wordt toegeschreven aan Davutoğlu. De Turkse ouverture naar Afrika, in het bijzonder naar Oost-Afrikaanse moslimlanden, werd in het Westen wisselend ontvangen, getuige de reacties op de ontvangst van Omar al Bashir, de Sudanese president tegen wie een internationaal arrestatiebevel is uitgevaardigd. Ook de Turkse opstelling inzake de benoeming van de Deense premier Rasmussen als Secretaris-Generaal van de NAVO, hoewel in de moslimregio positief ontvangen, versterkte na het Davos-incident en de ontvangst van Meshal en Al Bashir het idee dat Turkije haar westerse oriëntatie zou verliezen.