De Osmaanse Dynastie

Het Osmaanse Rijk was een dynastieke staat die voor zijn voortbestaan afhankelijk was van de productie van mannelijke erfgenamen van de sultan. De structuur van de dynastie werd gedicteerd door het hanafitische familierecht (hanafisme: één van de vier rechtsscholen binnen de soennitische islam). Volgens dit recht kon een man tegelijkertijd vier vrouwen trouwen en daarnaast zoveel vrouwelijke slaven onderhouden als hij zich kon veroorloven.

Een man kon legitieme erfgenamen verwekken bij zowel zijn echtgenotes als bij zijn slavinnen. De dynastie reproduceerde zichzelf echter vooral door middel van slavinnen; de meeste moeders van de Osmaanse sultans waren slavinnen van niet Turkse komaf. De harem was het vrouwelijke domein van het paleis en was, behalve voor de sultan en de eunuchen (gecastreerde wachten), niet toegankelijk voor mannen. Het openbare domein van het paleis was exclusief mannelijk.

Tussen de veertiende en de zestiende eeuw hadden de gezellinnen van de sultan gewoonlijk niet meer dan één zoon. Elke moeder voedde haar zoon apart van de andere kinderen op en vergezelde hem als voogdes naar de provincie wanneer hij volgens gebruik op zijn tiende, elfde of twaalfde werd aangesteld als stadhouder. Sultan Süleyman de Grote (r. 1520-66) brak met deze traditie. Tussen 1521 en 1531 kreeg hij met zijn concubine Hürrem (zie afbeelding) zeven kinderen, onder wie zijn opvolger Selim II. In 1533 gaf hij haar een vrije status en trouwde hij met haar. Zij bleef in Istanbul in het centrum van de macht en had directe toegang tot de sultan.

Ook de favoriete concubine van Selim II (r. 1566-74), Nurbanu, de moeder van Sultan Murat III, werd de wettelijk echtgenote van de sultan en genoot een machtige positie, vergelijkbaar met die van haar schoonmoeder Hürrem. Tot aan het midden van de zeventiende eeuw genoten respectievelijk Safiye, Kösem Mahpeyker en Turhan een zeer machtige politieke positie als echtgenote, dan wel moeder (‘valide’), van de verschillende sultans. Deze periode wordt ook wel ‘het vrouwensultanaat’ genoemd.

In de eerste anderhalve eeuw van Osmaanse heerschappij waren politieke huwelijken zeer gebruikelijk. Zo trouwde Orhan in 1346 met de dochter van de latere Byzantijnse keizer Jan Kantakouzenos. Tot diens afzetting in 1354 vonden er geen Osmaanse aanvallen op Byzantijns grondgebied plaats. Ook de volgende Byzantijnse keizer, Jan Palaiologos, trachtte door het uithuwen van zijn dochter familiebanden met de Osmanen tot stand te brengen. Politieke huwelijksverbonden met andere dynastieën bleven gebruikelijk tot aan de regering van Beyazıt II (r. 1481-1512). Deze huwelijken bleven vrijwel allemaal kinderloos. Ze waren vooral bedoeld om de loyaliteit van de vaders van de uitgehuwelijkte dochters als bondgenoten of vazallen veilig te stellen.

In tegenstelling tot de Seldjoeken van Klein-Azië stonden de Osmanen een opdeling van het rijk onder meerdere troonopvolgers niet toe. Vanaf het begin was het gebruikelijk geweest dat alle zonen van de sultan een gouverneurspost in Anatolië bekleedden en dat alle zonen het recht hadden hun vader op te volgen. Vanaf de tijd van sultan Murat I (r. 1362-89) viel de troonsopvolging toe aan de zoon die zijn broers en andere concurrenten wist te verslaan en te doden. Het door Sultan Mehmet II (r. 1451-1481) uitgevaardigde wetboek rechtvaardigde in verband met de troonsopvolging broedermoord als de openbare orde dit vereiste. Het gebruik van broedermoord na de troonsbestijging raakte in onbruik na het bewind Murat IV (r. 1623-1640), die bij zijn aantreden drie van zijn vier broers had laten doden en op zijn sterfbed tevergeefs de executie van zijn laatste broer Ibrahim I (r. 1640-1648) had bevolen. Als vervanging van broedermoord werd besloten om de prinsen op te sluiten in het paleis, zodat zij bij de troonopvolging niet over een troepenmacht beschikten waarmee zij onder elkaar konden strijden. De troonopvolging bleef echter een gewelddadige aangelegenheid omdat de prinsen met hun verkleinde macht pionnen werden voor de verschillende fracties binnen het paleis. Broedermoord kwam echter niet meer voor nu rivalen simpelweg konden worden opgesloten in de vertrekken van de harem.

In de zeventiende eeuw veranderde ook de rol van de eliteregimenten van de sultan, de janitsaren en de ruiterij. Voorheen hadden deze korpsen het doel gehad om de sultan als persoon te beschermen, maar door de vele coupes waarin beide regimenten een rol speelden werden zij hergedefinieerd als beschermers van de dynastie. Loyaliteit aan de sultan, die inwisselbaar bleek voor een ander mannelijk familielid, werd vervangen door een loyaliteit aan de Osmaanse dynastie.

Blogs

Erdoğan beëdigd als president
Erdoğan beëdigd als president
Davutoğlu waarschijnlijk nieuwe premier van Turkije
Davutoğlu waarschijnlijk nieuwe premier van Turkije

Premier Erdoğan wordt Turkije’s twaalfde president
Premier Erdoğan wordt Turkije’s twaalfde president
De Koerdische factor in de presidentiële verkiezingen
De bevoegdheden van de president
Erdoğan op nummer één in de verkiezingspolls
De kunst van het korte verhaal – Sait Faik
Stire Kaya-Cirik: Een echo uit een onverwerkt verleden
Concurrentie op de flanken in Diyarbakır
De onzichtbaarheid van vrouwen in de Turkse politiek
Erdoğan: twintig jaar na de eerste verkiezingsoverwinning
Lees meer...