Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

De Turkse vrouwenbeweging - een historisch overzicht

Op het maatschappelijk middenveld nemen vrouwenorganisaties in Turkije inmiddels een belangrijke plaats in. Vooral tijdens de hervormingsprocedures voor het burgerlijk wetboek (aangenomen in 2001) en het wetboek van strafrecht (aangenomen in 2004) heeft de vrouwenbeweging haar stem laten gelden. De proliferatie van de vrouwenbeweging is, in vergelijking met Nederland, een relatief recente ontwikkeling.

1923-1985
Na de stichting van de Republiek Turkije in 1923 werden onder leiding van Atatürk enkele revolutionaire veranderingen in de positie van de vrouw doorgevoerd. In de grondwet werden man en vrouw gelijk verklaard. Het Burgerlijk Wetboek (1926) schafte polygamie af en gaf vrouwen gelijke rechten inzake scheiding en voogdij. In 1934 kregen vrouwen stemrecht - in Nederland was dat in 1922. Het dragen van een hoofddoek werd ontmoedigd, al vloeit het daadwerkelijke verbod op het dragen van de hoofddoek in openbare gebouwen, op scholen en universiteiten voort uit een uitspraak van het Constitutionele Hof uit 1989. Bestaande vrouwenorganisaties werden opgeheven omdat ze niet langer nodig zouden zijn. De emancipatie was immers een voldongen feit.

De kemalistische hervormingen waren drastisch en de şeriat (islamitische wetgeving) werd voorgoed vaarwel gezegd, maar ze bereikten feitelijk alleen de stedelijke en bureaucratische elite. Voor de meeste Turkse vrouwen veranderde er weinig. Traditionele patriarchale verhoudingen bleven in stand. Bovendien duurde de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, zowel wettelijk (in het burgerlijk en strafrecht) als in de praktijk voort. De man werd officieel erkend als het hoofd van de familie; het strafrecht was gebaseerd op noties van eer en familie in plaats van individuele rechten.

Tot de vroege jaren ’80 organiseerden vrouwen zich vooral ten behoeve van ‘lotgenoten’ in de provincie. De voortdurende sociaal-economische genderongelijkheid werd toegeschreven aan rurale achterlijkheid en de islamitische cultuur en waarden. Vrouwenkwesties werden dus vanuit de tegenstelling tussen islamisme en secularisme gezien en alleen een seculiere Turkse vrouw kon geëmancipeerd zijn. In reactie op de repressie die volgde op de staatsgreep van 1980, ontwikkelde zich naast deze kemalistisch georiënteerde vrouwenbeweging een feministische beweging die ageerde tegen de wettelijke en feitelijke ongelijkheid tussen man en vrouw.

1985 - heden

In 1985 ratificeerde Turkije het VN Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie tegen vrouwen (in het Engels afgekort tot CEDAW). Hiermee committeerde Turkije zich aan een internationale standaard, terwijl tegelijkertijd de tekortkomingen in de Turkse wet en samenleving pijnlijk duidelijk werden. Dit gaf een impuls aan de vrouwenbeweging, maar het duurde nog tot het einde van de jaren ’90 voordat de inspanningen van vrouwenrechtenactivisten beloond werden.

Onder invloed van grootschalige migratie en urbanisatie en de opkomst van de islamistische Welvaartspartij ontstond in de jaren ’90 eveneens een islamitisch geïnspireerde vrouwenbeweging. Deze beweging, die aanvankelijk voornamelijk bestond uit de vrouwelijke aanhang van de Welvaartspartij, was opmerkelijk goed georganiseerd en slaagde erin de lager opgeleide ‘massa’ in de aanzwellende buitenwijken van de grote steden te bereiken. De Welvaartspartij voorzag in concrete behoeftes als financiële ondersteuning en kinderopvang en appelleerde aan een gevoel van spirituele solidariteit en identiteit. Politiek activisme bood de mogelijkheid om buitenshuis te werken en nieuwe vaardigheden op te doen. Tegelijkertijd benadrukte de Welvaartspartij dat de plaats van de vrouw thuis bij haar gezin is. Hoewel de Welvaartspartij in 1998 werd verboden, zijn andere vrouwenorganisaties met een religieuze grondslag opgericht, zoals AK-DER (Vrouwenrechten tegen Discriminatie) en het Regenboog Vrouwenplatform. Tijdens de eerste regeringstermijn van de huidige regeringspartij AKP, die voortkomt uit de Welvaartspartij, zijn belangrijke hervormingen doorgevoerd die de wettelijke positie van vrouwen sterk hebben verbeterd.

Op nationaal niveau, en dan voornamelijk in Istanbul en Ankara, opereren lobbyorganisaties als Women for Women's Human Rights (WWHR) en KA-DER (die zich inzet voor de participatie van vrouwen in de politiek). Op lokaal niveau zijn diverse vrouwenorganisaties actief die hulp, counseling en trainingen bieden, of opvanghuizen runnen. Een bekende organisatie is KA-MER, die zich bezighoudt met bewustwording en bestrijding van huiselijk geweld, aanvankelijk in Diyarbakir, maar inmiddels in diverse plaatsen in het Zuidoosten.

Blogs

Turkije Instituut sluit zijn deuren
Turkije Instituut sluit zijn deuren
Nieuw Turks kabinet, Turkse rechtsstaat verder onder druk
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Lees meer...