Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

Overgang naar een seculiere staat (1923-1950)

De Europese geallieerden (Groot-Brittannië, Rusland, Frankrijk en Italië) speelden een beslissende rol in het verloop van de Eerste Wereldoorlog en de vredes-onderhandelingen van Versailles in 1919. Die pakten uiterst ongunstig uit voor de Turken. Het verdrag van Sèvres (1920) voorzag in de opdeling van het rijk, waarbij slechts een rompstaat onder Osmaans bewind overbleef. De nationale verzetsbeweging,onder leiding van Mustafa Kemal Pasja (na 1934: Atatürk), legde zich hier niet bij neer. De beweging voerde eerst oorlog tegen de Republiek Armenië, die in 1920 was uitgeroepen en delen van Oost-Anatolië claimde, daarin aanvankelijk gesteund door de geallieerden. Vervolgens streden de nationalisten tegen de Grieken die West-Thracië en delen van West-Anatolië bezet hadden. Deze onafhankelijkheidsoorlog (1919-1923) maakte de opdeling van wat er nog over was van het Osmaanse rijk grotendeels ongedaan en in 1923 kwam het tegenwoordige Turkije op de kaart als onafhankelijke staat. Met de overwinning verdween de noodzaak de bevolking te mobiliseren met behulp van religieuze motieven. Alle aandacht kon dus worden gewijd aan de ontwikkeling van het land.

Mustafa Kemal , de leider van de onafhankelijkheidsstrijd en de eerste president van de Republiek Turkije, behoorde met zijn kring tot de radicale vleugel van de Jong Turken. Zij waren er van overtuigd dat alleen rationalisme en wetenschap de basis konden vormen voor een versnelde modernisering van Turkije. De kemalisten dachten over de islam niet anders dan de Jong Turken uit de periode voor 1918. Mustafa Kemal benadrukte telkens weer dat hij niet tegen de islam was, omdat de ‘ware’ islam een rationele en natuurlijke religie was. Tegelijk gebruikte hij iedere geschikte gelegenheid om de oelema en vooral de niet aan de staat gelieerde religieuze voormannen, zoals soefisjeiks, wonderdoeners en heiligen, aan te vallen. Islam was volgens hem een individuele geloofsovertuiging die geen middelaars nodig had tussen mens en God.

Onder controle van de staat
In de praktijk leidden deze opvattingen tot een confrontatie met de islam in Turkije langs verschillende lijnen. In de eerste plaats werd het proces voltooid waarbij de religieuze instituties geheel onder controle van de staat werden gebracht. In 1924 werd het kalifaat afgeschaft, net als het aparte religieuze onderwijs. In 1928 werd de islam als staatsgodsdienst geschrapt. De functie van de şeyhülislam werd afgeschaft en vervangen door een nieuw orgaan, de Diyanet, het Presidium voor Religieuze Zaken, dat direct onder de premier kwam te ressorteren. Dit orgaan kreeg zeggenschap over alle religieuze aspecten van het leven van de Turken, zoals het besturen van alle moskeeën, het benoemen van predikers en moefti’s, en het instrueren van de imams over de inhoud van hun preken. In 1926 werd de heilige wet afgeschaft op het laatste gebied waar die nog geldigheid had, namelijk het familierecht. Dat werd vervangen door een aangepaste versie van het Zwitserse burgerlijk wetboek. Het aldus onder strikte controle brengen van de aan de staat gelieerde islam vormt eigenlijk het sluitstuk van een eeuw seculariseren van religieuze instellingen.

In de tweede plaats werden in 1925 autonome islamitische bewegingen verboden, met name de mystieke broederschappen. De derwisjkloosters, die de centra van de broederschappen vormden, werden gesloten, net als de heiligengraven, die vaak populaire bedevaartsoorden waren. In de derde plaats werden ook maatregelen genomen die niet zozeer betrekking hadden op het geloof zelf, maar door de massa van de bevolking wel degelijk als een aanval op het geloof werden begrepen. Het ging om een ‘culturele’ modernisering, die Turkije directer moest oriënteren op Europa in plaats van het Midden-Oosten. Hiertoe behoorden kledingvoorschriften die de fez, de traditionele hoofdtooi, verboden, invoering van de Europese klok en tijdrekening en vervanging van het Arabische schrift (de taal van de koran) door het Latijnse schrift.

De harde anti-islamitische politieke koers werd ook na de dood van Atatürk in 1938 door zijn opvolgers voortgezet. De kemalisten zagen zichzelf als de leraren van een achtergebleven natie, met de missie het volk aan de haren de moderne tijd in te slepen volgens het adagium ‘ondanks het volk voor het volk’. Ze kenden de mobiliserende kracht van islamitische slogans en waren voortdurend op hun hoede voor een religieuze reactie. Op verschillende momenten zijn er inderdaad opstanden geweest tegen het zo krachtdadig verwijderen van de islam uit het openbare leven. Angst voor de combinatie van kwaadwillende islamitische reactionairen en een onontwikkelde, manipuleerbare bevolkingsmassa motiveert hard-line kemalisten in Turkije tot op de dag van vandaag.

Blogs

Turkije Instituut sluit zijn deuren
Turkije Instituut sluit zijn deuren
Nieuw Turks kabinet, Turkse rechtsstaat verder onder druk
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Lees meer...