Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

De Osmaanse periode (tot 1923)

Het Osmaanse Rijk was een prekapitalistische staat, en de basis van de Osmaanse economie was agrarisch. In de vruchtbare gebieden langs de kusten waren kleine boerderijen de regel, in de steppe- en berggebieden in Anatolië waren er vooral grootgrondbezitters en landloze boeren. Het grootste deel van de landbouwgrond was eigendom van de staat. Een kleiner deel werd in de vorm van kerkelijke domeinen gecontroleerd door de religieuze klasse. Met het geleidelijk verdwijnen van het pachtsysteem vanaf de zeventiende eeuw, ontstonden in de welvarende regio’s op de Balkan en in West-Anatolië bezitsvormen die leken op particulier eigendom.

De handel was in die tijd voor het grootste deel beperkt tot lokale handel. De lange-afstandshandel in het Middellandse Zeegebied was in handen van de West-Europese (stads)staten. In de loop van de achttiende eeuw veranderde dit enigszins en nam de Osmaanse export naar Europa toe door de beginnende industrialisatie en de groeiende bevolking van West-Europa. Op die manier werd het Osmaanse Rijk, zij het op zeer bescheiden schaal, betrokken in de Europese markt.

Moderne tijd
Met het verdrag van Balta Limani (1838) werd de Osmaanse markt volledig opengesteld voor Britse handel en industrie, een voorrecht dat al snel ook door alle andere Europese staten werd opgeëist. Door deze vrijhandelsverdragen en de snelle economische groei in Europa, maakte de buitenlandse handel van het rijk tussen 1830 en 1870 een zeer sterke groei door. Van deze groei profiteerden vooral de Griekse handelaren en de Armeense bankiers, die in de loop van de negentiende eeuw een steeds machtigere positie verwierven. Dit voordeel hadden deze groepen met name te danken aan de (religieuze) connecties die werden onderhouden met Europa. Door de import van goedkope Europese industrieproducten verzwakte de positie van de traditionele ambachtslieden meer en meer.

Door de dure, niet altijd effectieve moderniseringsprogramma’s en uitputtende oorlogen , zat het desintegrerende Osmaanse Rijk in deze periode voortdurend krap bij kas en was het aangewezen op buitenlandse leningen. Tegen 1870 besteedde het Rijk een derde van zijn inkomsten aan rente en aflossing.

Twintigste eeuw
Vanaf 1913 begon de regering, na een staatsgreep in handen van het Comité van Eenheid en Vooruitgang, zich actiever te bemoeien met de economie, waarbij de industrialisatie van Duitsland in de negentiende eeuw als voorbeeld diende. De onafhankelijkheidsoorlogen in verschillende delen van het Rijk verhinderden echter de beoogde ontwikkelingen. Het wegvallen van vrijwel alle Europese gebieden betekende een groot verlies, aangezien deze gebieden het economische hartland van het Rijk uitmaakten.

Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog verkeerde het Osmaanse Rijk in zeer zwakke staat. De machthebbers waren ervan overtuigd geraakt dat het Rijk niet kon overleven zonder zich te ontdoen van alle buitenlandse invloeden. Op 1 oktober 1914, vlak na het begin van de Eerste Wereldoorlog, schafte de regering zodoende de gehate buitenlandse capitulaties eenzijdig af. Het beleid gold echter niet alleen voor de betrekkingen met buitenlandse mogenheden, maar was ook gericht op de niet-Turkse, niet-islamitische bevolkingsgroepen. Het in 1914 geintroduceerde beleid van nationale economie had tot doel de positie van de moslim-Turkse middenklasse te versterken. Dit ging ten koste van buitenlanders en christenen, die door nieuwe regelgeving (die neer kwam op onteigening) hun sterke positie in het economisch verkeer verloren. Verder vertrokken (de meesten niet uit vrije wil) tijdens en na de Eerste Wereldoorlog bijna één miljoen Osmaanse Grieken naar Griekenland.

Tot slot werden teneinde de positie van Islamitische onderdanen in de economische bovenklasse te verstevigen, de bezittingen van verdreven Armeniërs ter beschikking gesteld aan individuele Moslims en Islamitische bedrijven. Als gevolg van het uiteenvallen van het Rijk verloor Turkije vijfzesde van de niet-islamitische bevolking, waarmee naar schatting 90 % van de vooroorlogse bourgeoisie verloren was gegaan. Dit betekende uiteraard een groot verlies voor de economie van het Rijk.

Blogs

Turkije Instituut sluit zijn deuren
Turkije Instituut sluit zijn deuren
Nieuw Turks kabinet, Turkse rechtsstaat verder onder druk
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Lees meer...