Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

De Republiek (1923-1980)

Rond 1922  was de economie  volledig geruïneerd. De omvang van de internationale handel was in 1923 bij de stichting van de nieuwe republiek nog slechts een derde van die van een decennium eerder. De voornaamste sectoren van de Turkse economie – de landbouw en de veeteelt – herstelden zich na 1923 vrij snel, maar het duurde nog tot 1930 voor het bruto binnenlands product (BBP) weer op vooroorlogs niveau was.

In de jaren 1929-30 werd Turkije zwaar getroffen door de mondiale crisis, waarbij vooral de agrarische sector geraakt werd. In een poging de crisis het hoofd te bieden mengde de regering zich vanaf 1931 actief in het economisch bestuur van het land en werd een economische politiek van etatisme gevoerd. Dit kwam erop neer dat de overheid een sturende rol ging vervullen in de vorm van industrieel staatseigendom en economische planning.  Zo werd in 1933 naar voorbeeld van de Sovjet-Unie een vijfjarig ontwikkelingsplan ingesteld. Toen in de tweede helft van de jaren dertig de wereldeconomie zich herstelde, hield het BBP van Turkije hiermee gelijke tred.

Import-substitutie
Na de Tweede Wereldoorlog kwam de etatistische politiek steeds meer onder vuur vanuit het Turkse zakenleven en de Verenigde Staten. Om de financiële steun in het kader van het Marshallplan uit Amerika zeker te stellen, vroeg Turkije het lidmaatschap van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) aan.


In de periode na de Tweede Wereldoorlog nam in Turkije de vraag naar consumptiegoederen toe. Turkije was tot in de jaren zestig echter voor vrijwel alle industriële goederen afhankelijk van import, hetgeen een zeer negatieve invloed had op de handelsbalans en de begroting van het land.  Deze afhankelijkheid maakte dat opeenvolgende Turkse regeringen vanaf de jaren zestig een importsubstitutiebeleid gingen voeren. Dit economische model, met name populair in laatindustrialiserende landen, richt zich op de lokale productie van industriële goederen die voorheen werden geïmporteerd om daarmee de afhankelijkheid van het buitenland te verminderen. De overheid probeerde de binnenlandse industriële productie onder meer te stimuleren door importheffingen, een kunstmatig hoge Lira en door het ontwikkelen van de binnenlandse afzetmarkt. Het beleid was enige tijd succesvol en tussen 1963 en 1976 bedroeg de gemiddelde jaarlijkse groei 6,9 %.

De keerzijde van dit protectionistische beleid was dat de concurrentiekracht van de Turkse industriële sector niet op de proef werd gesteld. De blik was gericht op de binnenlandse afzetmarkt en potentieel concurrerende import werd sterk beperkt door hoge importheffingen. Het rendement van kapitaalinvesteringen in de inefficiënte staatsondernemingen (goed voor een groot deel van de industriële productie) was daarbij laag. Omdat exportinkomsten ontbraken was Turkije grotendeels afhankelijk van grootschalige hulp van bondgenoot Verenigde Staten en financiële afdrachten van Turkse migranten in Europa, die in 1974 met bijna anderhalf miljard dollar een hoogtepunt bereikten.

Economische neergang
Ondanks gunstige economische groeicijfers in de periode tussen 1963 en 1976 was de Turkse economie uitermate kwetsbaar. Stijgende olieprijzen in combinatie met de Turkse afhankelijkheid van buitenlandse energie, dalende financiële afdrachten vanuit de Turkse diaspora, afnemende inkomsten in buitenlandse valuta door de wereldwijde recessie en opeenvolgend onverantwoord fiscaal en monetair beleid leidden vanaf 1973 een grote economische crisis in.  Turkije kon deze recessie uiteindelijk niet het hoofd bieden zonder buitenlandse hulp. Door de stijgende energieprijs en doordat de regering extra geld liet bijdrukken, steeg de inflatie snel: van 20% begin jaren zeventig tot 90% in 1979. De broodnodige kredieten die in 1978 in het vooruitzicht werden gesteld door het IMF, de OESO en de Wereldbank gingen echter vergezeld van de eis dat Turkije een verregaand hervormingsprogramma zou doorvoeren.

Blogs

Turkije Instituut sluit zijn deuren
Turkije Instituut sluit zijn deuren
Nieuw Turks kabinet, Turkse rechtsstaat verder onder druk
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Lees meer...