Neoliberale hervormingen (1980-2001)

Het hervormingspakket dat in januari 1980 onder de rechts-conservatieve regering Demirel, door staatssecretaris Turgut Özal werd gelanceerd, had als doel de Turkse economie om te vormen naar een exportgeoriënteerde competitieve markteconomie. Tot die tijd had Turkije zich lange tijd gericht op een ontwikkelingsstrategie van import-substitutie, protectionisme en grootschalige staatssteun, om zo de eigen productie te beschermen en te ontwikkelen. De nieuwe exportgeoriënteerde strategie daarentegen richtte zich op internationale competitieve concurrentie, een rationele financiële huishouding en een verdere liberalisering van de economie.  Om dit te bereiken werd de lira gedevalueerd om Turkse producten internationaal concurrerend te maken. Tevens werd de rente verhoogd om overconsumptie (en daarmee inflatie) tegen te gaan en werden de lonen bevroren om de concurrentiepositie van het bedrijfsleven te vergroten. Staatssubsidies werden afgebouwd of verlaagd en buitenlandse investeringen werden aangemoedigd. In dit decennium werd ook de toeristenindustrie opgebouwd. Eind jaren 80 had Turkije al een aanzienlijk deel van de mediterrane vakantiemarkt in handen.

De hervormingen stuitten aanvankelijk op zeer veel verzet van de vakbonden, wat de doorvoering van het programma zeer bemoeilijkte. Na de staatsgreep van september 1980 echter, werden de vakbeweging en politiek links feitelijk weggevaagd door het nieuwe militaire bewind en konden de hervormingen worden doorgevoerd.

Het stabilisatieprogramma bereikte veel van zijn doelstellingen. In de jaren 1980-1987 groeide de export met gemiddeld 22% per jaar en liep het aandeel van industrieproducten in de export op van minder dan 45% in 1979 tot zeker 70% in 1988. Het BBP groeide in de jaren tot 1985 met gemiddeld 4,5%, en de inflatie bleef in de eerste helft van de jaren tachtig beperkt tot 30 á 40%. De drijvende kracht achter de groei was de dynamische Turkse private sector die effectief gebruikmakend van technologische kennisoverdracht uit het buitenland en buitenlands kapitaal, optimaal profiteerde van toenemende internationalisering en mondialisering. De implementatie van Özals stabilisatiepakket droeg eraan bij dat internationale kredietverstrekkers weer vertrouwen kregen in de Turkse economie.

De economische politiek zorgde echter ook voor snel groeiende verschillen tussen arm en rijk. Er ontstond een nieuwe klasse van managers en ondernemers die rijk waren geworden van de import- en exportindustrie en de bouw. Tegelijkertijd was eind jaren 80 de koopkracht van de meerderheid van de bevolking drastisch afgenomen.

Structurele problemen
De grootschalige aanpassingen ten spijt, bleven enkele structurele problemen in de Turkse economie onbehandeld. Zo groeide de export weliswaar, maar nam de import nog veel sneller toe waardoor de handelsbalans gedurende deze hele periode een tekort bleef vertonen. Hierdoor was Turkije in grote mate afhankelijk van korte termijn kapitaal om begrotingstekorten te compenseren, hetgeen een zeer kwetsbare situatie opleverde. Daarbij was het land door de nieuwe exportgeoriënteerde koers bovendien al veel kwetsbaarder voor conjuncturele ontwikkelingen op de wereldmarkt.

Desalniettemin pakten opeenvolgende regeringen geen van de structurele problemen van de Turkse economie aan: torenhoge inflatie; een te grote en inefficiënte staatssector; een omvangrijke buitenlandse schuld; en onverantwoord fiscaal beleid met toenemende begrotingstekorten. Zodra de economie enige signalen van herstel vertoonde namen de overheidsuitgaven en de importen weer onevenredig toe. In de jaren 90 bleef Turkije door deze structurele tekortkomingen afhankelijk van korte termijnfinanciering van de tekorten op de begroting en de betalingsbalans.

Ondertussen was de Koude Oorlog tot een eind gekomen en moest Turkije, dat altijd een Westers baken in het oosten was geweest, veel aan invloed en steun inleveren. De Europese aandacht richtte zich vanaf dat moment veel sterker op de nieuwe democratieën in Oost-Europa en in mindere mate op Turkije. Vanaf 1996 vormde Turkije echter wel een douane-unie met de EU, wat inhield dat uitgezonderd van diensten en enkele beschermde sectoren zoals landbouw, alle handelsbelemmeringen tussen beide partijen weggenomen werden.

Economische crisis
De eerdergenoemde structurele zwakheden in de Turkse economie manifesteerden zich uiteindelijk op ingrijpende wijze in de economische crisis van 2001. Allereerst was er de voortdurende economische instabiliteit - met een torenhoge inflatie en aanhoudende begrotingstekorten - die valselijk het hoofd geboden werd door middel van buitenlands korte termijn kapitaal. Op het moment dat dit kapitaal elders meer winst zou kunnen generen, zou dat fataal zijn voor de Turkse economie. Een robuuste economische en monetaire basis ontbrak dus geheel en het land was economisch uiterst kwetsbaar. De aanhoudende politieke onrust in de vorm van opeenvolgende en uiteenvallende regeringscoalities verslechterde het vertrouwen in de markt ernstig. Buitenlandse investeerders begonnen hun kapitaal om te leiden en de economie raakte in een negatieve spiraal. De Turkse munt deprecieerde in rap tempo, geldschieters trokken massaal hun kredieten terug en spaarders zagen hun tegoeden in rook opgaan. Een uit de hand gelopen ruzie tussen de toenmalige president en premier was uiteindelijk het laatste zetje en de Turkse economie ging door een van de diepste crises in de geschiedenis van de Republiek.

Het achterliggende probleem was dat Turkije, onder druk van het IMF en zelf gretig om de structurele economische problemen voor goed het hoofd te bieden, te snel toetrad tot de internationale (kapitaal-)markt. De liberalisering van de kapitaalmarkt had in 1989 de weg bereid en de agenda van structurele aanpassingen vanuit het IMF voltooiden de transformatie. De economische instituties waren reeds zwak en verloren door de liberalisering zowel een groot deel van hun monetaire autonomie, als de mogelijkheid een noodzakelijk tegenwicht te bieden aan de onvermijdelijke druk vanuit de markt. Hierdoor bestond er geen robuust monetair en fiscaal beleid en hadden marktfluctuaties een ongedempte en uiteindelijk negatieve uitwerking.

De ontwikkelingen in 2001 betekenden een ommekeer. De crisis legde de ernstige structurele mankementen van het politiek-economisch systeem definitief bloot en illustreerde dat het roer fundamenteel om moest. Hoewel de Turkse economie sinds de jaren 80 geherstructureerd was, gingen liberalisatie en de introductie van vrije marktbeginselen niet gepaard met de gelijktijdige ontwikkeling van sterke onafhankelijke instituties om uitwassen te voorkomen en een evenwichtige groei te garanderen.

Blogs

Abdullah Gül opnieuw de wegbereider voor Erdoğan?
Stire Kaya-Cirik: Een echo uit een onverwerkt verleden
Concurrentie op de flanken in Diyarbakır
De onzichtbaarheid van vrouwen in de Turkse politiek
Erdoğan: twintig jaar na de eerste verkiezingsoverwinning
OPINIE: Turkse schaduw over onze raadsverkiezingen
ANALYSE: Uitslag Turkse verkiezingen
REPORTAGE: Een mooie uitslag, we gaan op dezelfde voet verder
ANALYSE: Reacties in Turkije
ANALYSE: Internationale reacties - Rocky third term
UPDATE: Ontwikkelingen op de financiële markt
ACHTERGROND: Het belang van de lokale verkiezingen
BLOG: Premier Erdoğan in Berlijn op verkiezingstournee
De economische verwachtingen voor 2014

Lees meer...