Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers

16 november – Het was op z’n minst opvallend te noemen dat de publicatie van het voortgangsrapport van de Europese Commissie ten aanzien van het toetredingsproces van Turkije tot de EU werd uitgesteld aan het begin van oktober. Afgelopen week verscheen het rapport waarin de EU jaarlijks onder meer de Turkse politieke situatie, de staat van de rechtsstaat en de voortgang in de verschillende ‘hoofdstukken’ bespreekt. In het rapport spreekt de EU haar zorgen uit over onder meer het gebrek aan vrijheid van meningsuiting, de politieke druk op de onafhankelijkheid van het rechtssysteem en de verslechterende veiligheidssituatie in Turkije. Het rapport is kritisch ten aanzien van de ontwikkelingen in Turkije, zoals vooraf al werd voorspeld. 

Jaarlijks publiceert de Europese Commissie in oktober of november de voortgangsrapportages met betrekking tot de voortgang van de onderhandelingen tussen de EU en de verschillende kandidaat-lidstaten. Dit geldt dus niet alleen voor Turkije, maar ook voor verschillende Balkanlanden: Albanië, Macedonië, Montenegro en Servië zijn net als Turkije kandidaat-lidstaten met welke onderhandelingen ofwel gaande zijn, ofwel gestart zouden kunnen worden. Voor Bosnië-Herzegovina en Kosovo geldt dat ze in potentie kandidaat-lidstaten zijn, hetgeen betekent dat ze een stap verder verwijderd zijn van lidmaatschap dan de andere vijf genoemde landen.
                De onderhandeling tussen de Europese Unie, aangevoerd door de Europese Commissie, en de kandidaat-lidstaten is opgedeeld in 35 verschillende hoofdstukken, die alle gebieden omvatten voor welke afspraken en overeenstemming nodig zijn. In het geval van Turkije zijn er meerdere hoofdstukken die worden geblokkeerd, voornamelijk door Cyprus en Frankrijk. Alleen over het hoofdstuk ‘Wetenschap en Onderzoek’ is overeenstemming bereikt en de onderhandeling voorwaardelijk gesloten. Een mager resultaat, gezien het feit dat de onderhandelingen al ongeveer 10 jaar lopen.
                Het voortgangsrapport is bedoeld om aan te geven in hoeverre een kandidaat-lidstaat voldoet aan de eisen die de Europese Unie stelt en wat voor hervormingen er eventueel nodig zijn. In het geval van Turkije ligt de publicatie politiek gevoelig: zoals van tevoren werd voorspeld is de kritiek van de EU op verschillende aspecten van de Turkse samenleving niet mals. Zo wordt duidelijk uitgesproken dat er een serieus gebrek is aan vrijheid van meningsuiting – expliciet wordt het groeiende aantal rechtszaken tegen journalisten, schrijvers en social-media gebruikers en de macht van de overheid om websites te blokkeren genoemd -  en het recht van vergadering (of: vereniging); dat de oplaaiende strijd tussen de Turkse regering en de PKK in het zuidoosten de EU zorgen baart; dat de onafhankelijkheid van de rechtsprekende macht onder druk wordt gezet door inmenging van de politiek; dat corruptie nog steeds in grote mate aanwezig is en dat er nog ‘grote tekortkomingen’ zijn op het gebied van het beschermen van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden.
                Het rapport noemt ook goed nieuws. De rol van Turkije als land waar bijna 2,5 miljoen Syrische vluchtelingen worden opgenomen, wordt geroemd. Daarnaast noemt de Commissie dat Turkije op het gebied van ondernemingsrecht, financiële dienstverlening, trans-European networks, zoals netwerken voor transport, telecommunicatie en energie en het reeds afgesloten gedeelte wetenschap en onderzoek goede vooruitgang boekt. Hoewel deze secties op zichzelf belangrijk zijn, wegen de onderwerpen waar de EU negatief over beoordeeld toch zwaarder dan de onderwerpen die op positieve wijze worden gepresenteerd, de uitzondering van de rol binnen de vluchtelingencrisis daargelaten. Over het algemeen is er daarom eerder meer werk aan de Turkse winkel dan minder voor de Turkse overheid.
                Zoals te verwachten was reageerde het Turkse ministerie van EU-zaken kritisch op het rapport en noemde de bevindingen ‘oneerlijk’ en ‘buitensporig’. Volgens het ministerie geeft het rapport de hervormingen die de Turkse regering tracht door te voeren niet goed weer. Over het gebrek aan vrijheid van meningsuiting wordt gezegd dat ‘de balans die er moet zijn tussen vrijheid en veiligheid over het hoofd wordt gezien’. In dit opzicht hekelt het ministerie eveneens het gebrek aan ‘sensitiviteit’ ten aanzien van de ‘parallelle staat’ die zou worden gevormd door de Gülen-beweging.

Een dag na de presentatie van het voortgangsrapport reisden Eurocommissaris Johannes Hahn, verantwoordelijk voor onderhandelingen omtrent uitbreiding van de Europese Unie, en Frans Timmermans, vicepresident van de Europese Commissie, naar Turkije om het zogeheten Joint Action Plan te bespreken, dat zich voornamelijk richt op het oplossen van het vluchtelingenvraagstuk, naar verluidt dé reden waarom het kritische voortgangsrapport in eerste instantie werd uitgesteld. Een ander belangrijk deel van het Action Plan is echter de ‘revitalisering’ van het toetredingsproces en onderhandelingen over het liberaliseren van de visumregelingen tussen Turkije en de EU. Nu er een raamwerk is voor het aanpakken van de vluchtelingencrisis in het licht van Europees-Turkse samenwerking, bijvoorbeeld door middel van financiële steun aan Turkije afkomstig van de Europese lidstaten, kan er voorzichtig worden gesproken over een invulling van het Joint Action Plan. Eén van de hoofdstukken die eventueel geopend zou worden is hoofdstuk 17, omtrent economisch en monetair beleid, maar ook hier staat de EU zeer kritisch tegenover het huidige Turkse beleid, voornamelijk vanwege de politieke druk die er bestaat op de Turkse Centrale Bank.
                In eerste instantie klinkt het alsof onderhandelingen op dit moment geen zin heeft: Turkije voldoet immers bij lange na nog niet aan de eisen die de EU stelt voor eventuele toetreding. Echter, het feit dat de gewenste en reële situatie zover uit elkaar liggen, kan juist ook een verbetering van de situatie teweeg brengen. Timmermans hintte hierop in een antwoord dat hij gaf op een vraag tijdens de Huis van Europa-lezing van afgelopen 9 november: hij stelde dat juist door het gesprek aan te gaan met Turkije en het bespreekbaar maken van de eisen de verhoudingen en het toetredingsproces verbeterd zouden kunnen worden.
                Heel voorzichtig kan er gezegd worden dat de onderhandelingen tussen Turkije en de EU stapvoets voortgaan. Het voortgangsrapport heeft aangetoond dat Turkije het afgelopen jaar eerder een stap terug in plaats van een stap naar voren heeft gezet, maar in het kader van het Joint Action Plan zou een eventuele ‘revitalisering’ plaats kunnen vinden. Of dat ook zal leiden tot feitelijke vooruitgang richting het Turkse EU-lidmaatschap, is echter nog steeds zeer twijfelachtig.

 

Het voortgangsrapport Turkije (2014-2015), opgesteld door de Europese Commissie in samenwerking met meerdere partners, waaronder de Turkse regering en het Europees Parlement, leest u hier.