Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

Bloedige aanslag Ankara vergroot tweedeling in Turkse samenleving

12 oktober – Afgelopen zaterdag werd Turkije geraakt in het hart van het land. De bloedige aanslag in Ankara van 10 oktober heeft tot dusver aan 95 mensen het leven gekost, terwijl er eveneens honderden gewonden vielen. De aanval, die plaatsvond tijdens een vredesmars georganiseerd door verschillende partijen, waaronder de HDP, is vooralsnog niet  opgeëist. De Turkse politie heeft inmiddels wel veertien leden van Islamitische Staat (“Daesh”) opgepakt. Zondag volgden grootschalige demonstraties in meerdere Turkse steden tegen de Turkse regering, met als voornaamste boodschap het beëindigen van het geweld dat Turkije de afgelopen maanden heeft geteisterd. De verdeeldheid in de politiek en de samenleving lijkt alleen maar groter te worden.

De Turkse premier Davutoğlu kondigde drie dagen van nationale rouw af en beloofde een grootschalig onderzoek in te stellen om de toedracht van de aanslag te achterhalen. Ook nodigde hij de leiders van CHP en MHP, twee oppositiepartijen, uit om de terroristische aanslag en de gevolgen ervan te bespreken. De pro-Koerdische partij HDP werd echter niet uitgenodigd door Davutoğlu, ondanks het feit dat juist deze partij door de aanslag een zware slag werd toegebracht. De premier uitte felle kritiek op HDP-leider Demirtaş, die volgens hem ‘overhaaste conclusies had getrokken door de Turkse regering gelijk te brandmerken als dader, zonder aandacht te besteden aan de soldaten en politiemannen die recentelijk om zijn gekomen door PKK-geweld.’ Het is een blijk van het feit dat in plaats van een toename in saamhorigheid door gemeenschappelijk lijden, een toename in verdeeldheid lijkt te hebben plaatsgevonden.

Die verdeeldheid gaat gepaard met wantrouwen. De recht tegenover elkaar staande partijen geven elkaar de schuld: de groepen demonstranten leggen de schuld neer bij de huidige regering en de AK-partij van president Erdoğan en houden hen verantwoordelijk voor de toename in het geweld, met afgelopen zaterdag als dieptepunt.  Zo liet Evren Çevik, lid van de buitenlandcommissie van de HDP, in een interview weten weinig vertrouwen in het door de regering ingestelde onderzoek te hebben. Daarnaast denkt hij dat door de aanslag de polarisatie alleen maar zal verergeren.
                President Erdoğan en andere leden van de AK-partij hebben in de afgelopen periode juist de pro-Koerdische HDP bestempeld als (potentiële) terroristen, als onrustzaaiers en als politieke vrienden van de PKK. Aanvullend daarop volgde dus de nieuwe episode in het steekspel tussen Davutoğlu en Demirtaş. De hoofdredactie van de regeringsgezinde krant Sabah maakte Demirtaş in een redactioneel stuk met de grond gelijk door hem ‘de meest onverantwoordelijke persoon op de Turkse TV’ te noemen en voegden daar aan toe dat de HDP-politicus slechts olie op het vuur gooide en ‘op goedkope wijze politieke punten probeert te scoren’.
                Ook de interim-regering onder leiding van Davutoğlu ligt onder vuur.  De positie van minister van Binnenlandse Zaken Altınok (AKP) werd ter discussie gesteld, onder meer door Kemal Kılıçdaroğlu, leider van de oppositiepartij CHP, evenals de positie van de minister van Justitie, Kenan Ipek. Beiden houdt hij verantwoordelijk en verwijt hij nalatigheid ten aanzien van de aanslag in Ankara. Hoewel aanvankelijk zowel premier Davutoğlu als de betrokken ministers te kennen gaven niet aan aftreden te denken, bracht Altınok op maandag toch naar buiten dat hij aftreden overweegt zodra de noodzakelijke stappen naar aanleiding van de aanval zijn afgerond.

De verkiezingen naderen met een rap tempo, maar onder de huidige omstandigheden is het de vraag of deze ongehinderd doorgang zullen kunnen vinden. Zelfs als deze verkiezingen relatief rustig en soepel verlopen, wat zal er dan volgen? De huidige peilingen geven aan dat de kans groot is dat er begin november een herhaling van zetten plaats zal vinden, waarbij er geen partij zal zijn die op zichzelf een kabinet zal kunnen vormen. Naar wat voor een oplossing moet er gezocht worden in een dusdanig gepolariseerd, welhaast vijandig politiek klimaat? Een stap weg van de verdeeldheid en een stap in de richting van saamhorigheid lijken twee voorwaarden om dit in ieder geval iets waarschijnlijker te maken, hoe klein de kans hierop ook is.

Analyses Turkije Instituut

Het Turkije Instituut publiceert regelmatig analyses over de actualiteit in Turkije