Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

Spanningen binnen de AKP

26 maart 2015 - Tijdens de viering van Newroz op 21 maart in Diyarbakır las HDP-parlementslid Pervin Buldan de twee pagina’s lange brief voor van Abdullah Öcalan in het Koerdisch en haar collega Sırrı Süreyya Önder deed hetzelfde in het Turks. In de brief riep de leider van de PKK, die een levenslange gevangenisstraf uitzit, de Koerden op een congres te houden om de 40-jaar durende gewapende strijd tegen de Turkse staat tot een einde te brengen en om nieuwe politieke en sociale strategieën vast te stellen die passen bij deze tijd. De toespraak wordt gezien als een mijlpaal in het vredesproces. 

Hoe het nu precies verder gaat met het Koerdische vredesproces is nog onduidelijk. Tijdens eerdere vredesbesprekingen zijn afspraken gemaakt, waaronder de afspraak dat Öcalan zou oproepen tot ontwapening van PKK leden. De overheid zou in ruil daarvoor een onafhankelijke toezichtraad op moeten zetten en de AKP stemde daarmee in. Vlak voor de Newroz viering heeft Erdoğan zich echter uitgesproken tegen het opzetten van een toezichtraad. De president zei ook dat het fout was van parlementsleden van de AKP om samen met leden van de HDP foto’s te laten maken na vredesbesprekingen. De interventie van Erdoğan kwam onverwachts, omdat het vredesproces is begonnen door Erdoğan zelf toen hij minister-president was in 2012. Erdoğan’s Turkse nationalistische verklaring dat er geen Koerdische kwestie is, wordt gezien als een poging om Turks nationalistische kiezers aan te trekken. De AKP zal de verkiezingen in juni ongetwijfeld winnen, maar de HDP en de MHP worden steeds populairder, waardoor de tweederde AKP meerderheid die nodig is voor het invoeren van presidentiële systeem gevaar loopt.

Erdoğan’s toenadering tot de MHP heeft echter averechts effect gehad. Op 22 maart uitte viceminister-president Bülent Arınç kritiek op Erdoğan’s uitspraken over het vredesproces. Arınç zei dat hij van de President houdt, maar dat Erdoğan niet moet vergeten dat er ook een regering in het land is. De verantwoordelijkheid voor de beslissingen die genomen worden tijdens de vredesbesprekingen liggen bij de regering, niet bij de president. Uit Arınç’s kritiek bleek dat Erdoğan wordt gezien als de leider van de AKP, maar dat sommige leden van de partij in het parlement proberen onafhankelijk van hem beslissingen te nemen. De Turkse media begon na de kritiek van Bülent Arınç te schrijven over deze spanningen, maar dat werd door de partij weggewuifd als een leugen die was verspreid door de oppositie.

Op 23 maart werd echter duidelijk dat er wel degelijk spanningen binnen de AKP waren, toen de burgemeester van Ankara Melih Gökçek minister-president Davutoğlu vroeg om viceminister-president Bülent Arınç te ontslaan. Gökçek zei dat Arınç met zijn uitspraken tegen de President de AKP schaadt en beschuldigde de Viceminister-president ervan een pion te zijn van de parallelle staat van de Gülen beweging. Arınç reageerde direct voor de camera’s door de burgemeester te beschuldigen van corruptie, waarover hij meer zou vertellen na de verkiezingen. Het gevolg van deze woordenwisseling is een onderzoek van een aanklager naar corruptie door Gökçek en het verzwijgen van een misdaad door Arınç.

Deze crisis binnen de AKP komt zo vlak voor de parlementsverkiezingen op het verkeerde moment. De AKP stond bekend als een stabiele partij waar de kiezer van op aan kon. Het is aan minister-president Davutoğlu om dit beeld van de partij te herstellen. Hij zal daarom streng moeten optreden tegen leden die in het openbaar kritiek uiten op collega’s. In een toespraak op 25 maart heeft Davutoğlu gezegd dat de crisis binnen de AKP voorbij is en zowel de burgemeester als de viceminister-president binnenskamers tot de orde zijn geroepen.