Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

Het vertrek van Gül en Fidan

12 maart 2015 - Voormalig president Abdullah Gül zou zijn uitgenodigd door hoge AKP functionarissen van de AKP om weer deel te nemen aan de Turkse politiek en zich kandidaat te stellen voor het minister-presidentschap tijdens de parlementsverkiezingen in juni. In 2001 richtte Gül samen met Erdoğan de AKP op. Naarmate de tijd verstreek liepen hun politieke opvattingen wat meer uiteen, zo heeft Gül openlijk aangegeven dat hij het presidentiële systeem dat Erdoğan wil invoeren niet steunt en heeft ook zijn twijfels bij de veiligheidswet. In de zomer van 2014 won Erdoğan de presidentsverkiezingen en trok Gül zich terug uit de politiek. 

Afgelopen week was er in de media veel te doen over een eventuele uitnodiging van hoge AKP functionarissen voor Gül om weer een actieve rol te spelen in de politiek. Stemmers die kritisch zijn over Erdoğan of meer gematigd, zullen waarschijnlijk wel op de AKP stemmen als Gül besluit om mee te doen  aan de verkiezingen. Gül wachtte echter op een persoonlijk uitnodiging van president Erdoğan en minister-president Davutoğlu voordat hij een besluit zou maken, omdat hij niet de schijn van concurrentie met president Erdoğan op zich wilde laden. Gül heeft volgens Davutoğlu helemaal geen uitnodiging nodig, omdat de deuren wagenwijd voor hem open staan. De viceminister-president Bülent Arınç liet weten dat als Gül niet de Minister-president wordt na de verkiezingen, hij een goede kans maakt om de voorzitter van het parlement te worden. Ondanks dit veelbelovende vooruitzicht heeft Gül op 9 maart officieel bekend gemaakt zich niet kandidaat te stellen. Hij verhuist binnenkort naar Istanbul en laat Ankara achter zich. Een reden voor deze keuze heeft hij niet gegeven.

Ook een andere veelbelovende kandidaat trok zich op 9 maart terug. Het voormalige hoofd van de Nationale Inlichtingendienst (MİT) Hakan Fidan keert na 30 dagen terug naar zijn positie bij het MİT. Fidan was door Erdoğan aangesteld bij het MİT in mei 2010 en de president was niet blij met zijn aftreden. Fidan was volgens hem de beste kandidaat voor de positie en zijn vertrek van het MİT, zonder de goedkeuring van Erdoğan, om zich kandidaat te stellen voor de parlementsverkiezingen leidde tot verbittering bij de president. Erdoğan heeft gezegd dat het MİT niet zomaar een instelling is, maar de belangrijkste instelling van de Turkse staat. Hij uitte de afgelopen maand dan ook felle kritiek op Fidan’s keuze.

Het probleem om een vervanging te regelen voor Fidan bij MİT was waarschijnlijk niet het enige bezwaar dat Erdoğan had bij zijn aftreden. Fidan had samen met Davutoğlu in het parlement een tegenwicht kunnen bieden aan de president. Het lijkt erop dat de druk Fidan teveel werd, reden voor hem te verklaren dat hij niet mee zal doen aan de verkiezingen. Na zijn verklaring melde vicepremier Bülent Arınç dat Fidan weer was aangesteld als hoofd van het MİT na een door Erdoğan geleide kabinetsvergadering. De oppositie was erg kritisch over Fidan’s nieuwe aanstelling, omdat ze zijn partijdigheid in twijfel trekken. Bovendien waren er ook procedurele bezwaren, het  hoofd van het MIT mag officieel pasvijf jaar na ontslag weer  solliciteren naar de baan.

De AKP verloor op één dag twee potentiële kandidaten voor de parlementsverkiezingen. De Verkiezingsraad moet een lijst met kandidaten voor het Minister-presidentschap uiterlijk 7 april aangeboden krijgen om het officieel te kunnen presenteren op 24 april. Dan zal bekend zijn tussen wie de strijd om het minister-presidentschap gevoerd zal worden. Niet geheel toevallig valt die datum samen met de herdenking van 100 jaar Armeense genocide.