Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

Op weg naar de EU?

5 februari 2015 - Steun voor het lidmaatschap van de Europese Unie is het laatste jaar gestegen onder de Turkse bevolking. Dit blijkt uit cijfers van het Transatlantic Trends Rapport van 2014. Het percentage Turken dat gelooft dat Europees lidmaatschap goed zal zijn voor Turkije is gestegen van 45% in 2013 naar 53% in 2014. Er zijn verschillende redenen voor het pro-Europa sentiment, zoals economische redenen en de vrijheid om te kunnen reizen, werken en studeren binnen de EU. Het lijkt erop dat de groei van het percentage voortkomt uit afkeuring van de Turkse regering en haar buitenlandbeleid. De EU staat symbool voor het Westen, waarvan de AKP de laatste jaren juist afstand heeft genomen. Toch moet er voorzichtig omgegaan worden met de cijfers, want de groep die aangeeft dat Turkije alleen, unilateraal, zou moeten handelen is nog steeds groot, namelijk 33%. De belangrijkste reden voor de ondervraagden om niet bij de EU te willen horen is omdat ze geloven dat Europa de Turkse cultuur zal ondermijnen. 

De stijging van het percentage voorstanders met bijna 10% in één jaar tijd heeft onder andere te maken met het mislukken van het buitenlandbeleid van de AKP. De AKP voerde een antiwesters, pro-Sunni Islamitisch buitenlandbeleid dat een hoogtepunt bereikte in 2011 tijdens het begin van de Arabische Lente. De betrekkingen met Syrië, Israel en Egypte zijn vandaag de dag echter zeer slecht. Nu er na de Arabische Lente weer veel is veranderd, is het doel uit het zicht geraakt en is er een chaotisch beleid ontstaan. Dit heeft ertoe geleid dat de Turken hernieuwde interesse kregen voor het Westen en de Europese Unie in het bijzonder. Een andere reden voor de stijging van 10% waren de Gezipark protesten van 2013. De protesten maakten duidelijk dat de kritiek die de Turken uitten tegen de AKP dezelfde kritiek is als die van de EU, namelijk het gebrek aan democratie, de veranderingen in de rechtstaat, het beperken van de rechterlijke onafhankelijkheid, het schenden van mensenrechten en het beperken van persvrijheid. Het overnemen van EU normen zou in dit opzicht een verbetering zijn. 

De teleurstelling over het feit dat Turkije zich steeds minder richt op de EU, komt vooral doordat Turkije in 2003 wel belangrijke stappen richting lidmaatschap had gezet. In 2005 startten de onderhandelingen over lidmaatschap tussen Turkije en de Europese Unie met de opening van 14 van de 35 hoofdstukken van de Acquis Communautaire van de EU. De hoofdstukken gaan onder andere over wetenschappelijke samenwerking, regionaal beleid, mensenrechtensituatie en migratiebeleid. Nog niet alle hoofdstukken zijn geopend en de besprekingen liggen al een tijd stil. Eén van de oorzaken hiervoor is een wisselwerking van kritiek op elkaar die de laatste jaren plaatsvond. De bemoeienis en kritiek van EU valt bij AKP en veel Turken verkeerd. Vrijwel maandelijks verschijnt er een rapport van een Westerse think-tank waarin kritiek geuit wordt op de huidige situatie van de persvrijheid, op het autoritarisme of op de corruptieschandalen. De EU voelt op haar beurt minder voor de toetreding van Turkije vanwege de sterkere antiwesterse uitspraken van Turkse politici en nieuwe wetten die de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid beknoten. De EU keurde het blokkeren van social media, zoals YouTube tussen 2008 en 2010, af.

Een bijkomend probleem is dat Frankrijk en Cyprus, maar ook Duitsland, onderhandelingen over bepaalde hoofdstukken blokkeerden. Zo wilde Cyprus dat Ankara eerst de relaties met Nicosia normaliseerde, voordat verdere besprekingen plaats konden vinden. De Europese Commissie heeft in 2012 de onderhandelingen weer geopend met wat de ‘positieve agenda’ genoemd wordt. Er werd wat vooruitgang geboekt, maar de belangrijkste hoofdstukken zijn nog steeds gesloten. Het rapport van de Europese Commissie dat in 2013 uitkwam, veroordeelde de manier waarop Erdoğan had gereageerd op de protesten in het Gezipark en op het Taksimplein. Hierdoor bekoelde de relatie Europa-Turkije. In januari 2014 bezocht Erdoğan voor het eerst sinds vijf jaar de Commissie in Brussel nadat hij was uitgenodigd door de President van de Europese Raad in een poging om Turkije dichter naar het EU lidmaatschap te brengen. Erdoğan bleek ongevoelig voor alle kritiek en een week later nam het Turkse parlement wetten aan die de onafhankelijkheid van de rechtspraak verder ondermijnden. Hiermee kreeg de overheid meer controle over de samenstelling van dit hoger college. 2014 was een jaar waarin er vooral gefocust werd op het binnenland, in verband met de gemeente- en presidentsverkiezingen. In 2015 dreigt hetzelfde gevaar in verband met de parlementsverkiezingen in Turkije in juni.

De Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie voor Buitenlandse Zaken Federica Mogherini en de Britse minister-president David Cameron bezochten Turkije afgelopen december. Dit heeft sommigen hoop gegeven op een verbetering van de politieke betrekkingen tussen Turkse-Europese . De Turkse minister van Europa Mevlüt Çavuşoğlu heeft onlangs laten weten dat Turkije over twee jaar klaar zal zijn om een volwaardig lid van de EU te worden. Maar de Minister heeft ook aangegeven dat Europa Turkije nodig heeft in de strijd tegen terrorisme. Daarmee heeft hij een belangrijk punt aangekaart. Een reden dat Europese leiders toch vaak in Ankara te vinden zijn, is de rol van Turkije in de regio. Samenwerking op het gebied van defensie en veiligheid bepaalt voor een groot deel de samenwerking tussen de EU en Turkije. Het is nog maar de vraag of dit uiteindelijk Turkije de Europese Unie in helpt.