Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

Turkije en de anti-IS-coalitie

22 september 2014 – Op 15 september kopte de New York Times: ‘ISIS Draws a Steady Stream of Recruits From Turkey.’ In het artikel beweert journaliste Ceylan Yeginsu dat een groot deel van de IS-strijders van Turkse komaf is –inmiddels zouden er meer dan 1000 Turken voor IS (Islamitische Staat) vechten. Met name minder welvarende delen in Turkije zouden voedingsbodem zijn voor de rekrutering van potentiele jihadstrijders. Ook wordt in het artikel gesuggereerd dat de regering in Ankara niets doet om de groei van IS te stoppen. Met de foto bij het artikel – Erdoğan en Davutoğlu die de Hacı Bayram moskee in de gelijknamige buurt in Ankara verlaten, een gebied waaruit relatief veel mannen richting Syrië of Irak vertrekken– haalde de NYT zich de woede van president Erdoğan op de hals. Het artikel werd door Erdoğan opgevat als een directe beschuldiging van zijn betrokkenheid bij het door IS-gepleegde terrorisme over de grens.

In een reactie op het artikel refereerde Erdoğan aan het artikel met de termen ‘immoreel, laagheid en schurkerij.’ Hoewel er twee dagen later een correctie bij het artikel werd geplaatst, waarin werd vermeld dat noch het bezoek van Erdoğan aan de moskee, noch de moskee zelf niets te maken heeft met de rekrutering van IS-strijders, impliceert de felheid waarmee Erdoğan reageert op deze aantijgingen dat de president zichzelf in ieder geval niet beschouwt als hulpkracht van het kwaad dat IS heet. Refererend aan de strijd met de PKK zei Erdoğan dat Turkije juist een hoge prijs heeft betaald in de strijd tegen het terrorisme levert en dat niemand terrorisme gelijk kan stellen aan de islam.

Tijdens en na de NAVO-top, die op 4 en 5 september plaatsvond in Wales, hebben de VS zich ferm uitgesproken tegen de daden van IS. Tijdens de top riep Obama op tot het vormen van een brede coalitie tegen IS. 10 landen, waaronder Turkije, zeiden mee te zullen werken aan deze coalitie. President Obama heeft tevens in een 15 minuten durende  speech op 10 september gezegd ook luchtaanvallen te willen uitvoeren tegen IS op Syrisch grondgebied. Dit zou betekenen dat de VS en het Syrische regime ten strijde trekken tegen een gezamenlijke vijand, wat in het voordeel van Assad zou kunnen werken. Obama zei echter ook de oppositie tegen de Syrische president te zullen blijven steunen – inmiddels heeft het senaat al toegestemd met Obama’s plan om ook wapens aan de gematigde Syrische rebellen te leveren. Over wie die ‘gematigde’ rebellen precies zijn heeft Obama zich niet uitgelaten. Damascus verklaarde eventuele luchtaanvallen op Syrisch grondgebied als ‘daad van agressie’ te beschouwen en deze niet te zullen accepteren als ze niet in samenwerking met de Syrische regering uitgevoerd worden.

Binnen een week na de top, na de bijeenkomst op 11 september tussen John Kerry en zijn collega’s in het Saoedische Jeddah, waarin verschillende Arabische staten verklaarden mee te zullen werken aan de coalitie tegen IS, werd door een anonieme Turkse regeringsambtenaar aan het Franse persbureau AFP gemeld dat Turkije weigert deel te nemen aan gewapende operaties. Wel zou Turkije de İncirlik luchtbasis beschikbaar stellen voor logistieke en humanitaire hulp. Het terugkrabbelen van Ankara onderstreept de tegenstrijdige belangen van de VS en Turkije omtrent de situatie in het Midden-Oosten. Terwijl de VS de jihadisten van IS het liefst zo snel mogelijk uit de weggeruimd ziet, blijkend uit de luchtaanvallen op IS-doelen in het noorden van Irak die sinds beging augustus uitgevoerd worden en de samenwerking met de Iraakse regering in Bagdad en de Koerden, die vooral strijd leveren op de grond, heeft Turkije ook nog een andere agenda.

Turkije bevindt zich in een lastige positie. Het bewapenen en steunen van de Koerden in Noord-Irak blijft een heikel punt. Turkije vreest dat de wapens die geleverd worden aan de Koerden in Noord-Irak in handen zullen vallen van de PKK, de Koerdische arbeiderspartij. Het sterker maken van deze groepering, door Turkije en veel andere landen bestempeld als terroristische organisatie, vormt een bedreiging voor de  stabiliteit op Turks grondgebied. Nieuwe escalaties tussen de PKK en Ankara in een periode van relatieve rust zouden de vredesbesprekingen in ernstig gevaar kunnen brengen.

Tevens zou het bevechten van IS voor Turkije gelijk kunnen staan aan het steunen van de Syrische president Bashar al Assad, wat haaks staat op het beleid dat Ankara vanaf het begin van de Syrische burgeroorlog heeft gevoerd. Turkije heeft zich al vroeg in het conflict ferm uitgesproken tegen het buitensporige geweld van het Syrische regime. Aanvankelijk werd nog gedacht dat Assad snel van het toneel zou verdwijnen, maar na meer dan 3 jaar burgeroorlog heeft hij de touwtjes nog stevig in handen in een groot deel van Syrië. Een ander punt is de situatie rondom de gijzeling van 49 medewerkers van het Turkse consulaat in Mosul door leden van IS, die plaats vond in juni. Er werd gevreesd dat openlijke steun vanuit Ankara aan de anti-IS-coalitie de veiligheid van deze burgers in gevaar zal brengen. De vraag is of de vrijlating van alle gijzelaars op 20 september voor een keerpunt zorgt in het beleid van Ankara.

Turkije’s rol in het terugdringen van IS en andere extremistische groeperingen kan echter van cruciaal belang zijn. Een grote groep internationale jihadisten reist naar Turkije, om vanaf daar door te reizen naar Syrië of Irak en zich aan te sluiten bij IS of andere rebellenbewegingen. Het wordt Turkije veelal verweten weinig tot niets te doen om de toestroom van jihadisten bij de grens met Syrië, die ongeveer 900 km bedraagt, tegen te houden. Een strenger optreden bij de grenzen zou groei van IS en gelijksoortige groeperingen kunnen stremmen. Ook wordt door het Westen druk uitgeoefend op Ankara om iets te doen aan ‘IS-olie’. Naar verluid komt er dagelijks een aanzienlijk bedrag aan olie uit IS-gecontroleerd gebied Turkije binnen. Ankara heeft echter bekend gemaakt zich wel degelijk in te spannen om te stroom aan strijders te beperken. Zo zouden er door strengere controles op Turkse luchthavens en aan de grenzen inmiddels 830 Europeanen zijn tegengehouden die van plan waren om zich aan te sluiten bij jihadistische organisaties in Syrië en Irak. Daarnaast delen Turkije en verschillende Europese staten informatie over potentiele jihadisten die via Turkije Syrië in willen reizen.   

Het belang van stabiliteit in de regio komt steeds duidelijker naar voren. Turkije kan de continue toestroom van vluchtelingen nauwelijks aan. Na Libanon is Turkije het land dat de meeste Syriërs opvangt. Volgens de UNHCR bedraagt het aantal Syrische vluchtelingen in Turkije 815.000. Dit aantal bestaat echter alleen uit geregistreerde vluchtelingen, het werkelijke aantal ligt naar alle waarschijnlijkheid ver boven de miljoen. Vanuit de Turkse samenleving komt ook steeds meer kritiek op de aanwezigheid van de grote aantallen Syriërs in het land. Hoewel Ankara steevast refereert naar de Syriërs als ‘gasten’, is deze gastenstatus voor een deel van de Turkse bevolking al lang niet meer van toepassing. In verschillende steden, met name in het Zuidoosten van Turkije, zijn onlusten uitgebroken tussen Turken en Syriërs. Verscheidene Syrische winkels en restaurants zijn beklad en er zijn fysieke schermutselingen geweest. Het wordt de Syriërs veelal verweten dat zij banen inpikken, Turkse vrouwen en meisjes op de huwelijksmarkt verdringen en voor toenemende criminaliteit zorgen.

Voor de Amerikanen is het bij de les houden van Turkije een ingewikkelde opgave, Kerry was op 12 en 13 september in Turkije voor overleg met Çavuşoğlu, Davutoğlu en Erdoğan over IS. Naar alle waarschijnlijkheid heeft Kerry gepleit voor een daadkrachtiger optreden van Turkije binnen de anti-IS-coalitie. Tot op heden houdt Turkije echter voet bij stuk: Het verlenen van medewerking aan militaire activiteiten wordt door Turkije niet overwogen. De realiteit is echter dat het ‘zero problems with the neighbours-beleid’ dat Davutoğlu bij zijn aantreden als minister van Buitenlandse Zaken in 2009 propageerde al lang door de werkelijkheid is ingehaald: Het Midden-Oosten staat in brand. Het is dan ook niet verwonderlijk dat juist hij als nieuwe premier van Turkije is aangesteld. Zijn aanstelling wijst erop dat de prioriteit van Ankara in de komende periode bij de conflicten in en met de buurlanden ligt. Zonder grootschalige medewerking van Turkije zal er op korte termijn geen einde komen aan de onrust in de regio. 

Analyses Turkije Instituut

Het Turkije Instituut publiceert regelmatig analyses over de actualiteit in Turkije

Blogs

Turkije Instituut sluit zijn deuren
Turkije Instituut sluit zijn deuren
Nieuw Turks kabinet, Turkse rechtsstaat verder onder druk
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Lees meer...