Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

De Mavi Marmara saga en het overwicht van binnenlandse en economische belangen op het buitenlandbeleid

18 april 2014 - De Turkse vicepremier Bülent Arniç heeft een week voor de lokale verkiezingen van 30 maart jongstleden te kennen gegeven dat een verzoening tussen Israël en Turkije nabij is. De landen zijn in conflict over een reeks van incidenten met als dieptepunt een gewelddadige confrontatie die plaatsvond in mei 2010 toen een vloot met hulpgoederen de Israëlische zeeblokkade voor de kusstrook van Gaza wilde doorbreken. Hun plan werd verijdeld door commandotroepen van de Israëlische marine, die het schip, nog in internationale wateren, enterden. Hierbij kwamen negen Turkse opvarenden van het schip Mavi Marmara om het leven. Sindsdien leken de voorheen zo goede betrekkingen tussen ‘de enige democratieën in de regio’ definitief tot het verleden te behoren. Het is daarom opmerkelijk dat de vicepremier de verwachting uitsprak dat beide partijen na de verkiezingen tot een akkoord zullen komen. Bovendien stelde hij dat het de eerste taak van de Turkse regering zal zijn om na de verkiezingen een overeenstemming over vergoedingen voor de slachtoffers aan boort van de Mavi Marmara in een juridisch document vast te leggen. Vervolgens zal het document in stemming gebracht worden in het parlement. Israël ontkent vooralsnog een  dergelijk ophanden zijnde akkoord.

In het verleden varieerden de betrekkingen tussen Israël en Turkije van goed tot zeer goed. Het Turkse buitenlandbeleid ten aanzien van Israël was uiterst gebalanceerd. De Turkse regering erkende als eerste land met een overwegend islamitische bevolking in 1949 de Joodse staat. In eerste instantie was Turkije voorzichtig om zich expliciet te profileren als bondgenoot, want naast de gemeenschappelijke strategische belangen met Israël heeft Turkije op cultureel gebied veel gemeen met de Arabische wereld. Gedurende de Koude Oorlog profiteerden beide landen van de financiële steun uit de Verenigde Staten en vormden zo een Westerse uitvalpositie in de turbulente regio. Door verschuiving van regionale verhoudingen na de Koude Oorlog, door de Golfoorlog en met name door de strijd met de PKK nam de samenwerking tussen Turkije en Israel  nieuwe vormen aan. Er was sprake van vergaande samenwerking op veiligheids- en militair gebied tussen Israël, de vijfde wapenproducent ter wereld, en Turkije dat het grootse Europese leger heeft en na de Verenigde Staten de omvangrijkste krijgsmacht van de NAVO. Inlichtingen werden gedeeld, gezamenlijke militaire trainingen uitgevoerd en Israël groeide uit tot een van de belangrijkste wapenleveranciers van Turkije. Ook kreeg Israël de gelegenheid om F16 piloten te trainen op de hoogvlakte van Konya. Tot 2010 waren er 16 militaire overeenkomsten tussen beide landen van kracht.

Het Mavi Marmara incident kwam niet als een donderslag bij heldere hemel. De relaties bekoelden onmiskenbaar sinds het aan de macht komen van de AK-Partij (najaar 2002). Met name de Irakoorlog een jaar later, bracht een kentering in de publieke opinie en de houding van de regering ten opzichte van de Verenigde Staten, maar ook ten opzichte van diens belangrijkste regionale bondgenoot Israël. In een poging om de regionale invloed van Turkije opnieuw te doen gelden in de Arabische wereld distantieerde Erdoğan zich steeds meer in zijn retoriek van Israël en het westen. De verhoudingen verslechterden verder na de Israëlische ‘Cast Lead’ operatie in Gaza tijdens de jaarwisseling van 2009. De toon werd grimmiger. Erdoğan viel uit naar president Simon Peres tijdens de jaarlijkse economische conferentie in het Zwitserse Davos (januari 2009) en noemde Peres ‘babymoordenaar’ en Israël een ‘terroristenstaat’. In aanloop naar de nucleaire summit in 2010 bracht hij het Israëlische bezit van kernwapens als enige land in het Midden-Oosten onder de aandacht.

Een directe confrontatie volgde op 31 mei 2010. Een internationale vloot met hulpgoederen bestemt voor Gaza wilde de inmiddels tweejarige Israëlische blokkade door het Hamas bestuurde Palestijnse gebied doorbreken. Israëlische commandotroepen bestormden het grootste schip van deze vloot, de Mavi Marmara dat onder Turkse vlag voer, terwijl het zich nog in internationale wateren bevond zoals later bleek uit een VN-onderzoek. Onduidelijk blijft wat er precies gebeurde toen de Israëlische troepen aan boord kwamen. De situatie escaleerde met negen doden en vele gewonden als gevolg, de meesten van Turkse nationaliteit. Israël beriep zich op het recht van zelfverdediging, Turkije reageerde bij monde van Erdoğan fel en veroordelend. Diplomatieke relaties werden verbroken en alle militaire samenwerkingsprojecten tussen beide landen werden geannuleerd. De Turkse regering heeft drie eisen gesteld: een einde aan de Gaza-blokkade, compensatie voor de slachtoffers en een excuus voor de dood van de negen Turkse burgers.

Pas na drie jaar en onder druk van president Obama volgde in 2013 een excuus tijdens een telefoongesprek tussen Netanyahu en Erdoğan voor de operationele fouten waardoor negen opvarenden van de Mavi Marmarma om het leven  kwamen. Ook heeft Netanyahu compensatie voor de families van de slachtoffers toegezegd maar over de hoogte hiervan is men het pas recentelijk bijna eens geworden, zoals Davotoglu onlangs liet doorschemeren. Sinds het voorval zijn er regelmatig wisselende signalen geweest over mogelijke toenadering tussen beide landen. 

Juist deze slepende kwestie toont wederom dat het veelbesproken buitenlandbeleid van Turkije, het zogenaamde ‘zero-problems’ beleid, heeft gefaald. De man achter dit beleid is de huidige minister van buitenlandse zaken Ahmet Davolutğlu. In lijn met zijn visie op Turkije zoals beschreven in zijn boek ‘strategische diepte’ – Turkije moet gebruik maken van haar strategische positie om regionaal zowel haar economische als culturele invloed te vergroten – is de essentie van het ‘zero-problems’-beleid om de betrekkingen met   buurlanden van Turkije en landen in de regio te ontdoen van spanningen, of deze op zijn minst tot een minimum te beperken. Discutabel is of juist de verslechtering in plaats van ontspanning van de regionale relaties te verwijten valt aan de ongelukkige samenloop van de Arabische revoluties of door megalomane ambities van de AK-partij. Wel is duidelijk dat Turkije in de aanloop naar het Mavi Marmara incident niet terugdeinsde om de confrontatie met Israël aan te gaan.

Het is normaal voor het buitenlandbeleid van een liberaal democratisch land dat het zowel binnenlandse als internationale politieke ontwikkelingen reflecteert. Het Mavi Marmara incident illustreert daarentegen de aard van de Turkse politiek waaruit blijkt dat binnenlandse belangen zwaarder wegen. Onwaarschijnlijk is dat alleen de aangenomen pro-islamitische identiteit en ideologische visie van de AKP de  scherpe verandering in de Turks-Israëlische verhoudingen heeft veroorzaakt. Want ook onder het bewind van de Welvaartspartij, dat zich associeerde met een islamitische agenda, in tegenstelling tot de AKP die zich nadrukkelijk profileerde als rechts conservatief, waren de verhoudingen met Israël goed. Zij het wel dat de regering Erbakan onder druk stond van het leger. De nauwe banden met Israël worden dan ook beschouwd als een reflectie van de Turkse seculiere identiteit en het militaire establishment. De positie van het leger was het eerste dat de AKP aanpakte onder aanmoediging van Europa, en zoals blijkt met duidelijke consequenties voor de relaties tussen Israël en Turkije.

Twee onderwerpen die spelen in de binnenlandse politieke arena en essentieel zijn om de houding van Turkije ten opzichte van Israël te begrijpen zijn: het binnenlandse Koerdische vraagstuk en het sentiment ten opzichte van de Palestijnse zaak.

De Koerden spelen een centrale rol in de betrekkingen tussen Israël en Turkije. Israël was voorheen terughoudend om een standpunt in te nemen in het conflict tussen de Koerdische PKK en de Turkse overheid, ondank aandringen hiertoe door de Turkse regering. In de Joodse samenleving is een sterk pro-Koerdisch sentiment aanwezig dat gebaseerd is op de steun aan de Koerdische strijd in Noord Irak in de jaren 1960 en 1970. Pas vanaf 1997 heeft minister president Netanyahu zich openlijk uitgesproken tegen het Koerdisch terrorisme en koos Turkse partij in het conflict met de PKK. Israël was een belangrijk bondgenoot voor Turkije in de strijd tegen Syrië en in mindere mate Iran, die beide de PKK ondersteunden om de Turkse positie te verzwakken. Bovendien leverde Israël geavanceerde wapens die het Turkse leger nodig had om te vechten tegen de guerilla-style die de PKK hanteerde. Toen de Syrische regering onder druk van Turkije en Israël niet langer de PKK steunde en ook Öcalan in 1999 uit Syrië werd gezet, verplaatsen de PKK kampen zich over de grens naar Noord-Irak, waar ze profiteerden van de no-flyzone. De inval in Irak in 2003 veranderde de machtbalans in de regio. Dit versterkte de positie van Koerden, die zich gesteund wisten door de Amerikanen en Israël, en zorgde tegelijkertijd voor een vergroting van Iraanse invloedssfeer. In 2004 verbrak de PKK haar ondertussen vijfjarige unilaterale wapenstilstand. Mede door deze veranderingen voelde Turkije zich meer genoodzaakt om samen te werken met Iran en Syrië.

Met de vergrootte invloedssfeer van Iran neemt de concurrentie om een leidende rol in de regio toe. En dat kan, volgens de Turkse regering, niet zonder zich actief te bemoeien met de kwestie Israël-Palestina. Het Gaza-offensief eind 2008 waarbij disproportioneel veel doden vielen aan Palestijnse kant versterkte de sympathie onder de Turkse bevolking voor de Palestijnen. Erdoğan wist hier, met belangrijke lokale verkiezingen in het voorjaar 2009 in het vooruitzicht, goed op in te springen. Zijn tirades richting Israël genoten veel publieke steun. Waar het op het eerste gezicht lijkt dat de AKP de boventoon voert in de anti-Israël discours, is in werkelijkheid de publieke opinie nóg kritischer ten aanzien van Israël. Dit nam toe na het Mavi-Marmara incident: door de dood van negen Turkse burgers werd de Turkse burger voor het eerst direct betrokken in het Israël-Palestina conflict.

Ook is in de afgelopen jaren het antisemitisme toegenomen, al zijn beide – antisemitisme én de afwijzende houding ten opzichte van de staat Israël – zeker niet evenredig aan elkaar. Gek genoeg, want Turkije is een thuis voor de grootste Joodse gemeenschap (25.000) in een moslimland en de joodse gemeenschap heeft hier door de eeuwen heen geleefd. Volgens een onderzoek door de Hrant Dink Stichting in 2013 zijn Joden, samen met Armenen, echter het vaakst het slachtoffer van haatspraak in de media.[1]

Het Mavi Marmara incident deed bovendien het vermoeden opleven dat de PKK direct of indirect gesteund werd door Israël. Twee weken voor het incident had Turkije haar marinevloot opdracht gegeven om onafhankelijk van de NAVO in de Middellandse Zee te opereren. Bovendien was er enkele uren voor het Mavi Marmara incident een raketaanval door de PKK op de Turkse marinebasis Iskenderun. Deze gebeurtenissen zouden volgens de AKP, CHP én MHP niet geheel toevallig zijn. Ondanks dat hier geen enkel bewijs voor bestaat, wist  Erdoğan Israël te criminaliseren door het incident te associëren met de PKK. Dit zorgt voor een negatieve houding ten opzichte van Israël onder de bevolking en verleende hem steun voor zijn agressieve retoriek richting Israël. Premier Erdoğan had echter, zeker toen, ook de Koerdische kiezer nodig om zijn politieke ambities te realiseren die een grondwetswijziging vereisen. De Koerdische kiezers zijn gevoeliger voor het Palestijnse vraagstuk en net als Atatürk in de onafhankelijkheidsoorlog deed, zet de premier in op de gemeenschappelijke Islamitische band. Zodoende weet premier Erdoğan door de distantiëring van Israël en door in te spelen op deze belangrijke binnenlandse factoren, zich gesteund door de Turkse bevolking.

Opmerkelijk was de reactie na het Mavi Marmara incident van de prediker Fetullah Gülen. Hij stelde dat de organisatie van de hulpvloot te verwijten viel dat ze zonder toestemming van Israël en het negeren van de autoriteiten poogden om hulpgoederen te leveren. Dit was een steek onder water naar premier Erdoğan, die het ‘Free Gaza’ project juist aanmoedigde. Volgens de Gülen aanhangers was dit daarom de eerste publieke confrontatie tussen Gülen en de AKP. Na de onthulling van het corruptieschandaal (afgelopen december) door vermeende aanhangers van Gülen, beschuldigt Erdoğan dan ook regelmatig Israël, die met ‘zionistische complotten’ het gemunt heeft op de Turkse staat.

Maar ondanks het overwicht van binnenlandse belangen op het buitenlandbeleid is de economie en met name de energiezekerheid in dit alles doorslaggevend. Voor Turkije is een economische impuls de drijvende kracht achter een mogelijke normalisatie van de betrekkingen met Israël. Want op het gebied van energie geldt het belang van ‘zero problems’ zeker. Turkije heeft een goede verstandhouding met de Koerdische regionale overheid in buurland Irak, niet toevallig omdat de grond rijk is aan olie. De bloeiende betrekkingen met Premier Barzani ontstonden in het voorjaar 2009, ruim voor de onderhandelingen in maart vorig jaar met de eigen Koerden. Ook hield Turkije, dat in energievoorziening voornamelijk afhankelijk is van Iran (44% olie en 19% gas)  en Rusland (58% gas en 10% olie) zich opvallend gedeisd na de recentelijke annexatie van De Krim, een gebied waar jarenlang om gestreden is tussen de voorlopers van het huidige Rusland en Turkije en de geboortegrond is van een Turks broedervolk: de Krim-Tataren.

Turkije ziet in Israël een mogelijke energieleverancier. De geschatte voorraden van de Leviathan en Tamar gasvelden zijn geschat op 10 biljoen kubieke meter. Vorige week kopten de Turkse kranten dat Israël in onderhandeling is met Egypte en Turkije over mogelijk export van dit gas. Turkije moet ongeveer tachtig procent van haar totale energievoorziening importeren uit verschillende landen. Dit heeft grote consequenties voor de gewenste Turkse onafhankelijkheid zoals uitgewerkt in strategische diepte van Davotoglu, want door deze energieafhankelijkheid zal Turkije zijn ‘leveranciers’ moeilijker kunnen confronteren ingeval van een crisis of oplopende spanningen in de relaties. Ook zorgt de noodzaak tot het importeren van fossiele energie voor een structureel tekort op de handelsbalans dat doorwerkt in een tekort op de lopende rekening.

Dit maakt Turkije weer afhankelijk van het Westen, in de vorm van Foreign Direct Investment. Het is juist door de aanzienlijk economische groei en de welvaartsverhoging in afgelopen twaalf jaar dat Erdoğan steun geniet van een groot deel van de bevolking. De crisis in Oekraïne maakt de Turkse regering extra bewust van de energieafhankelijkheid, in het bijzonder omdat Turkije nauwelijks tot geen strategische gasvoorraad heeft. Met een normalisatie van de betrekkingen met Israël zou Ankara twee vliegen in één klap slaan om de achilleshiel van de Turkse economie te beschermen. De vermindering van energieafhankelijkheid van Rusland en Iran én de politieke goedkeuring vanuit het westen, in het bijzonder van de VS. Bovendien denkt de regering eerdere aantijgingen van Europa hiermee te kunnen neutraliseren. Een reden voor Erdoğan en zijn regering om een mogelijke deal met Israël niet langer meer uit te stellen.

[1] http://nefretsoylemi.org/rapor/Eylul-Aralik2013_nefretsoylemi_ayrimcisoylem_raporu.pd
http://nefretsoylemi.org/en/rapor_aciklamalar.asp#

Analyses Turkije Instituut

Het Turkije Instituut publiceert regelmatig analyses over de actualiteit in Turkije

Blogs

Turkije Instituut sluit zijn deuren
Turkije Instituut sluit zijn deuren
Nieuw Turks kabinet, Turkse rechtsstaat verder onder druk
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Lees meer...