Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

Een Triple A locatie – wat wil je nog meer?

24 februari 2014 - Turkije ís zo’n typische triple A locatie: gelegen op twee continenten; op een ongeëvenaard kruispunt tussen Oost, West, Noord en Zuid; vlakbij het grootste handelsblok ter wereld (de EU) en in het noorden, het zuiden en het oosten directe toegang tot ‘s werelds olie en gasvoorraden. Ook andere omstandigheden zijn gunstig: een relatief hoog opgeleide, jonge bevolking (ca. 50% is jonger dan 35 jaar) en een economie die (althans nominaal) in omvang in 12 jaar ruwweg verdubbeld is.  Kortom, omstandigheden om jaloers op te zijn.  Althans, op het eerste gezicht.

De Turkse economie heeft namelijk een hardnekkig en fnuikend probleem: hoe harder ze groeit, hoe meer de importen toenemen, zonder dat de waarde van de export daarbij ook maar enigszins gelijke tred houdt. Het (negatieve) saldo van de handelsbalans is zodoende het afgelopen decennium geëxplodeerd. Nu heeft Turkije traditioneel een negatieve handelsbalans, maar die groeide van 22$ miljard in 2003 naar bijna 100 $ miljard in 2013. Voor de maand januari (2014) kon al weer een tekort van 9,9 $ miljard genoteerd worden.[1]  

En dat duidt op een structureel probleem in de belangrijkste handelssectoren. Deze  groeisectoren in de Turkse industrie (automotive, chemicals, machinebouw, metaalsector) zijn namelijk zonder uitzondering netto importeerders, sterker nog, ze voeren de lijst van netto importeerders zelfs aan.

Voor energie zijn de cijfers niet minder ernstig: 74% van het Turkse energieverbruik in 2012 was afkomstig uit import, in 2003 bedroeg dat cijfer nog 69%. Naar verwachting zal het Turkse energieverbruik de komende twintig jaar verdubbelen en daarmee ook de buitenlandse afhankelijkheid. Turkije’s ‘Midden-Oosten’-beleid is daarom op de eerste plaats energiezekerheidpolitiek.[2]

De hoge kosten voor de te importeren energie stuwen het historisch hoge tekort op de lopende rekening, waar we op deze site al eerder over publiceerden, alleen nog maar verder omhoog.[3]En dit stijgende tekort maakt dat Turkije sterk afhankelijk blijft van z.g. FDI, directe buitenlandse investeringen. Als die uitblijven is het afhankelijk van kortlopende investeringen, het z.g. ‘hot money’ of nog erger:  leningen. Voor buitenlandse investeerders is Turkije interessant vanwege het groeiperspectief. De grote stroom FDI die Turkije na de monetaire hervormingen van 2001 ontving, zijn een teken van vertrouwen van de markten. Daarbij speelde het perspectief op toetreding van de EU een wezenlijke rol. Maar zelfs nu dat niet meer aan de orde lijkt, kan Turkije, gezien de ratings van kredietbeoordelaars als ‘Moody’ en ‘Standards and Poor’s’, nog steeds buitenlandse investeerders aantrekken.  Politieke stabiliteit is daarbij dan natuurlijk wel een eerste vereiste. 

Aan die afhankelijkheid van import van zowel energie, grondstoffen en halffabricaten  kan Turkije niet zoveel veranderen. Wél zou Turkije de handelsbalans kunnen verbeteren door de waarde van de export te verhogen En daar wringt de schoen. Op de wereldranglijst van toegevoegde waarde uit maakindustrie neemt Turkije de 64ste plaats in, na Libanon en Barbados (Nederland staat op de 18e plaats). Het andere economische wonder, China, staat overigens nog net één plaats lager dan Turkije.[4] 

Ondanks de relatief hoog opgeleide bevolking blijft de toegevoegde waarde van de Turkse industrie dus steken op het niveau van een assemblage-economie. Daar helpen de relatief hoge lonen natuurlijk ook niet bij, maar toch: iedereen voelt op zijn klompen aan dat Turkije een hoogwaardiger industrie heeft dan Libanon en Barbados. Wie de fabrieken bezoekt van bv. Koç Holding ziet vaak state of the art productiefaciliteiten en moderne laboratoria. Waar lekken die verdiensten dan naar toe?

Het antwoord schuilt vermoedelijk in het zeer geringe innovatieve vermogen van de Turkse industrie. Voor veel van zijn industriële technologie is Turkije afhankelijk van dure licenties die ze koopt van de Verenigde Staten of van Europa. Van de eigen patenten moet Turkije het namelijk niet hebben. Ondanks oplopende investeringen in (toegepast) wetenschappelijk onderzoek bedroeg het aantal patenten dat Turkije in de periode 1995-2009  op zijn naam kon schrijven slechts 2412 tegen 117.000 Nederlandse patenten in dezelfde periode. Het aantal aanvragen is sindsdien wel gestegen (in 2012 ca. 11.000, waarvan ca. 4500 van Turkse origine, de overige ruim 6000 waren van  buitenland partijen afkomstig), maar de toewijzing voor patenten van Turkse origine bleef in 2012 steken op 1025, terwijl alleen Duitsland al van het Türk Patent Enstitüsü er 1787 kreeg toegewezen en de VS 1162.[5]

De Turkse regering is zich van de noodzaak tot innovatie scherp bewust. De investeringen op dit vlak groeien sinds 2010 ruim twee keer zo snel als het gemiddelde binnen de OESO, maar toch blijft de omvang nog steeds achter bij bv de 28 lidstaten van de EU. Op de Global Innovation Index neemt Nederland de 4e plaats in en Turkije staat op 68, tussen Peru (69) en Bahrein(67) in.[6]

Ook TÜBITAK, de Turkse counterpart van TNO ontvangt ruimere middelen dan ooit. Het zg. aandeel van Onderwijs en Onderzoeksgelden in het BNP (GERD) groeide volgens Türkstat in 2011 met 20,4% ten opzichte van 2010 . In 2010 bedroeg het GERD echter nog maar slechts 0.84% van het Turkse BNP.[7] 13% van de onderzoeksgelden voor R&D is afkomstig van het bedrijfsleven (voornamelijk de grote holdings). Nederland gaf in 2011 1, 83% van het BNP, zijnde € 6,7 miljard, uit aan R&D waarvan 43% afkomstig was van het MKB. Juist de circulatie van kennis tussen onderzoeksinstellingen en het bedrijfsleven, waaronder nadrukkelijk ook het MKB, is cruciaal. In Nederland loopt dat doorgaans via TNO en in toenemende mate via de z.g. TTOs (Technology Transfer Offices) verbonden aan universiteiten. Hoewel ook Turkije sinds lange tijd soortgelijke organisaties kende, verschilde dit van universiteit tot universiteit. Ook waren er geen standaarden en richtlijnen vanuit de overheid om de positie van deze TTOs te versterken. Sinds 2013 is daar verandering in gekomen. TUBITAK geeft 10 universiteiten[8] voor de komende 10 jaar 1 miljoen TL per jaar om hun TTOs verder te professionaliseren. In 2014 zijn daar nog eens 10 universiteiten bijgekomen.[9] Deze TTOs ondernemen activiteiten langs een viertal lijnen: projectontwikkeling (inclusief advisering over nationale en internationale subsidiemogelijkheden), verbinden van academici met industriële partners, ondersteuning bij patentaanvragen en het ontwikkelen van ondernemerschap bij studenten en onderzoekers. Daarnaast ondersteunt TUBITAK de financiering van patentaanvragen[10] en heeft zij ook specifieke ondersteuningsprogramma’s om ondernemerschap te promoten.[11] Bovendien heeft TUBITAK enkele van haar nationale subsidieprogramma’s opengesteld voor deelname van buitenlandse partners.

Specifieke ondersteuning voor de ontwikkeling van R&D projecten binnen het MKB is te vinden bij de Turkse Vereniging MKB, KOSGEB genaamd.[12]

Investeren in de kennissector is van belang  om het percentage kenniswerkers in Turkije, dat momenteel nog tot het laagste in Europa behoort, een impuls te geven. In een veelbesproken studie van Nicola Gennaioli et al uit 2011 bleek dat de belangrijkste verklarende factor waarom sommige regio’s meer floreren dan andere de aanwezigheid van menselijk (lees: hoogopgeleid) kapitaal was.[13] De eerder genoemde Global Innovation Index laat een grote parallelliteit zien met de ranglijst van het PPP (per capita purchase power).

Als Turkije haar ambitie om in 2023 (honderd jaar Republiek) tot de top-tien economieën te behoren serieus neemt, zal daar dus nog een flinke slag gemaakt moeten worden.  

Lily Sprangers, Directeur Turkije Instituut.

[1] http://www.tradingeconomics.com/turkey/balance-of-trade

[2] http://www.eia.gov/countries/cab.cfm?fips=TU

[3] http://www.turkije-instituut.nl/detail/posts/16761

[4] http://www.nationmaster.com/graph/ind_man_val_add_cur_us_percap-added-current-us-per-capita

[5] www.turkpatent.gov.tr

[6] http://www.globalinnovationindex.org/content.aspx?page=gii-full-report-2013#pdfopener

[7] www.tubitak.gov.tr en http://www.oecd.org/turkey/sti-outlook-2012-turkey.pdf

[8]Deze universiteiten zijn: Bogazici, Ege, Gazi, Hacettepe, Koc, Middle East Technical, Ozyegin, Sabanci, Selcuk en Yildiz Technical University. Zie ook: http://www.tubitak.gov.tr/tr/haber/universitelere-1er-milyon-tllik-tto-destegi

[9] Deze universiteiten zijn: Anadolu, Bilkent, Dokuz Eylul, Erciyes, Gaziantep, Istanbul, Istanbul Sehir, Istanbul Technical, Izmir Yuksek Teknoloji Enstitusu, Uludag University. Zie ook: http://www.tubitak.gov.tr/tr/haber/teknoloji-transfer-ofisleri-icin-10-universiteyle-sozlesme-imzalandi

[10] http://www.tubitak.gov.tr/en/funds/entrepreneurship/national-support-programmes/content-1008-patent-application-promotion-and-funding-program

[11] http://www.tubitak.gov.tr/tr/destekler/girisimcilik/ulusal-destek-programlari

[12] http://kosgeb.gov.tr/Pages/UI/Destekler.aspx?ref=18

[13] http://www.nber.org/papers/w17158.pdf?new_window=1

Analyses Turkije Instituut

Het Turkije Instituut publiceert regelmatig analyses over de actualiteit in Turkije

Blogs

Turkije Instituut sluit zijn deuren
Turkije Instituut sluit zijn deuren
Nieuw Turks kabinet, Turkse rechtsstaat verder onder druk
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Lees meer...