Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

Ergenekon

juli 2007 - augustus 2013 - Turkije was de afgelopen zes jaar in de greep van het grootste en meest massale proces in haar geschiedenis: het Ergenekon proces, waarbij 275 verdachten terecht stonden wegens hun (vermeende) aandeel in de planning van een serie voorgenomen, niet uitgevoerde staatsgrepen.

De belangstelling voor dit proces is niet verwonderlijk. De Turkse naoorlogse politieke geschiedenis wordt immers voor een belangrijk deel gevormd door staatsgrepen.

Vier keer grepen de Turkse strijdkrachten in. In 1960, 1971, 1980 en middels de z.g. postmoderne ‘e-coup’ in 1997. In alle gevallen werden binnen afzienbare termijn nieuwe verkiezingen uitgeschreven en keerden de militairen zoals dat heet ‘terug naar de kazernes’. Maar evengoed werd vier keer een democratisch gekozen regering door de legerleiding naar huis gezonden. Een procedure die op geen enkele manier democratisch genoemd kan worden, hoezeer ze, althans in de ogen van veel Turken, de democratie op langere termijn misschien ten goede kwam.

Geen wonder dus dat de AK-partij bij het aan de macht komen in 2002 alles op alles zette om te voorkomen dat hun legitieme verkiezing door legeringrijpen ongedaan zou worden gemaakt.

Hierbij werden ze in feite geholpen door de z.g. Kopenhagen-criteria van de Europese Unie, waar ze aan moesten voldoen wilden ze uiteindelijk kunnen toetreden tot de unie. Het kunnen beschikken over stabiele democratische instellingen is één van die criteria en een leger dat naar believen ingrijpt in de binnenlandse politieke verhoudingen staat daar natuurlijk haaks op. Zo vond de AKP dat en zo vonden de EU-instellingen dat ook.

In de veertien hervormingspakketten, gericht op toenadering tot de EU die tussen 2003 en 2006 aan het Turks parlement werden voorgelegd, was het terugdringen van de almacht van het leger dan ook één van de prioriteiten. Toch bleef de dreiging van een staatsgreep onderdeel van de politieke cultuur. Spanningen tussen de legerleiding en de premier moesten bij verschillende gelegenheden door president Gül worden gladgestreken. Over en weer was er sprake van een diep geworteld wantrouwen. Veel Turken bleven bovendien het leger steunen en oppositionele groeperingen en individuen rekenden er op dat bij een in hun ogen onacceptabele ‘islamisering’ (Iranisering) van Turkije de strijdkrachten hun traditionele rol van ‘hoeder van de seculiere staat’ zouden vervullen. Dit werd in een land waar de democratie -ondanks veel restricties in de vrijheid van meningsuiting- toch groeiende was overigens een steeds minder reëel perspectief. Maar politiek was er veel voor te zeggen om de positie van het leger via hervormingen te moderniseren.

In de zomer van 2007 ging het echter mis. In een huis in een van de krottenwijken van Istanbul werden, verstopt onder het dak, handgranaten gevonden. Ander bewijsmateriaal wees op het bestaan van een netwerk van (voormalig) militairen en andere ultranationalistische, streng kemalistische individuen, dat beoogde om door middel van het aanrichten van chaos (o.m. door moordaanslagen op b.v. de Armeens-Turkse journalist Hrant Dink) de weg vrij te maken voor een ingrijpen door het leger. De zaak werd direct gelinkt aan een flink aantal doofpot-schandalen rond aanslagen in Zuidoost Turkije en andere ontsporingen van het leger en/of het politieapparaat sinds de jaren ‘80. Velen in Turkije hoopten dat nu eindelijk helderheid zou komen over affaires die veel onrust hadden gezaaid, maar noch door de politiek noch door justitie en politie bevredigend waren uitgezocht.

In de daarop volgende jaren was er sprake van verschillende golven van arrestaties. Daarbij werden niet alleen (voormalig) militairen opgepakt, maar ook academici, journalisten en mensen die actief waren in NGO’s. In alle gevallen betrof het uitgesproken critici van de regering. Sommigen onder hen hadden een achtergrond (geheime dienst, onduidelijke functies in paramilitaire organisaties, schimmige NGO’s) die het aannemelijk maakt dat ze eventueel bij een coup(poging) betrokken zouden kunnen zijn. Maar bij de arrestaties van steeds meer verdachten, waaronder academici en journalisten, werden vraagtekens geplaatst. Bovendien bleven formele beschuldigingen soms lang uit en was er geen of weinig schot in de procesgang. Het had er alle schijn van dat een legitiem onderzoek naar illegale activiteiten door bepaalde kringen was gekaapt om elke vorm van oppositie tegen de regering te criminaliseren.  

Typerend voor het gebrek aan transparantie in Turkije is dat het al die tijd moeilijk te bepalen was wie nu precies gebaat was bij al die arrestaties en wie het mogelijk maakte dat de kring van verdachten zich zo kon uitbreiden. Zo uitte Premier Erdoĝan openlijk zijn bedenkingen bij de arrestatie van de in augustus 2008 door President Gül (met volledige instemming van Premier Erdoĝan) benoemde nieuwe Bevelhebber van de Strijdkrachten, Ìlker Başbuĝ, en bezocht hij in februari 2013 een gearresteerde generaal in het ziekenhuis. Mogelijk vooral om de schijn op te houden dat Justitie hier bezig was aan een volstrekt onafhankelijk onderzoek. Hoe dan ook: de regering heeft bij monde van verschillende ministers en woordvoerders met grote instemming gereageerd op de maandag 5 augustus gevelde vonnissen. Die zijn niet mals: 47 jaar, 30 jaar, levenslang, weinigen kwamen met minder dan 10 jaar weg, hoewel een enkeling, waaronder de voormalig rector en oprichter van de Baskent Universiteit, de chirurg Mehmet Haberal, ondanks een veroordeling direct in vrijheid werd gesteld. Alleen President Abdullah Gül, verantwoordelijk voor de benoeming van Generaal Başbuğ, betreurde het openlijk en nadrukkelijk dat zijn ‘collega’ was veroordeeld. Niettegenstaande de twijfels die bij de legitimiteit van delen van het proces geplaatst kunnen worden, overheerst in Turkije het gevoel dat een einde is gekomen aan een onwettig en kwalijk netwerk van individuen en groepen die de democratie geen goed hart toedragen. De kansen op toekomstige coups zouden door de harde veroordelingen nu echt tot het verleden behoren. En dat daarbij in een aantal gevallen sprake is van dubieuze of onvolledige bewijsvoering, dat nemen velen op de koop toe.

Blogs

Turkije Instituut sluit zijn deuren
Turkije Instituut sluit zijn deuren
Nieuw Turks kabinet, Turkse rechtsstaat verder onder druk
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Lees meer...