Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

Portret van de Turkse premier Recep Tayyip Erdoğan

14 maart 2013 - Als er één figuur Turkse politiek domineert, dan is het wel premier Recep Tayyip Erdoğan, inmiddels alweer tien jaar aan het roer van Turkije. Geboren in 1954, groeide hij op in de Istanbulse achterbuurt Kaşımpaşa, waar hij als kind op straat simit verkocht voor de broodnodige bijverdiensten. Met deze achtergrond groeiden hij en zijn AKP uit tot de meest serieuze uitdagers van het seculiere establishment  in de geschiedenis van de Turkse Republiek. Dat ging echter niet zonder slag of stoot. Coups en gevangenschap vormden hem tot de machtige en meest succesvolle politicus van de afgelopen decennia.

Al in zijn studententijd in de jaren ’70 was Erdoğan politiek actief, destijds voor de jeugdbeweging van de Millî Selâmet Partisi (MSP) van Necmettin Erbakan, Erdoğan’s politieke voorbeeld en leermeester. Na de coup van 1980 kwam de versplinterde religieuze politiek samen in de Refah Partisi (RP), opnieuw onder leiding van Erbakan. Vanwege de goede organisatiegraad en nadruk op armoedebestrijding wist de RP haar electorale basis geleidelijk uit te breiden. Niet langer waren het voornamelijk de lagere sociale klassen in Anatolië die de RP-achterban vormden. Als gevolg van migratie naar stedelijke gebieden en dankzij liberaal economisch beleid kreeg de RP ook voet aan de grond in de grote steden en bij de nieuwe kapitaalkrachtige actoren; de langs religieuze lijnen georganiseerde entrepreneurs in Anatolië. Erdoğan vervulde indertijd verschillende lokale politieke functies in Istanbul.

Gevangen burgemeester

Zijn politieke carrière kwam pas echt goed van de grond tijdens het burgemeesterschap van Istanbul, een functie die hij tussen 1994 en 1998 vervulde. Daar ging hij voortvarend te werk door chronische problemen als het watertekort, vervuiling en de verkeerschaos aan te pakken. In 1997 vond er opnieuw een coup plaats; de zogenoemde postmoderne coup, waarbij het leger de RP zonder een schot te lossen dwong af te treden. Dit versterkte de al niet geringe polarisatie in samenleving en politiek. Een jaar later werd Erdoğan tot 10 maanden gevangenisstraf veroordeeld. In Siirt droeg hij een gedicht van pan-Turkist Ziya Gökalp voor, waarin hij “de minaretten onze bajonetten, de koepels onze helmen, de moskeeën onze kazernes en de gelovigen onze soldaten” noemde. Hoewel hij slechts vier maanden gevangen zat, betekende de veroordeling het einde van zijn burgemeesterschap.

Het Constitutioneel Gerechtshof verbood de RP die vervolgens uiteenviel in verschillende facties. Erdoğan was in 2001 een van de oprichters van de hervormingsgezinde AKP. In een politiek klimaat, geteisterd door instabiliteit en economische crises, behaalde de AKP bij parlementsverkiezingen in 2002 met 34% direct een absolute meerderheid in het parlement, omdat naast de AKP alleen de CHP erin slaagde de kiesdrempel van 10% te halen. De partij verenigde de opkomende Anatolische bourgeoisie met lagere sociale klassen, terwijl het livberaal economische beleid werd doorgezet. In de daaropvolgende jaren won de partij nog twee keer de parlementsverkiezingen, met een steeds grotere steun. Turkije kwam na jaren in rustiger en stabieler vaarwater terecht. Democratische hervormingen in de eerste termijn leidden tot de opening van de toetredingsonderhandelingen met de Europese Unie in 2005. De laatste jaren staat de regering-Erdoğan echter in toenemende mate bloot aan kritiek over de vastgelopen hervormingen en de autoritaire koers.

Onconventioneel

Zijn stijl van politiek bedrijven is onconventioneel. In tegenstelling tot veel van zijn elitaire voorgangers spreekt hij de taal van het volk. Geregeld moeten de media, Israël of andere actoren het ontgelden. Dat bleek onlangs ook weer uit zijn reactie op de protesten op het Taksim-plein. Veel Turken namen aanstoot aan zijn kwalificatie van de demonstranten als 'çapulcular' (plunderaars). Eerder was ook de krant Milliyet het mikpunt van zijn toorn. De krant publiceerde over de gesprekken die PKK-leider Öcalan met BDP-parlementariërs voerde in het kader van de onderhandelingen die de Turkse staat met de PKK voert. Daarop stelde Erdoğan dat “een journalist met enige liefde voor de natie zulke stukken niet zou moeten schrijven.” Zijn uitval naar de Israëlische president Shimon Peres in 2009 in Davos past ook in dit directe en vaak persoonlijke getinte reactiepatroon. Het leverde hem waardering en stemmen op in eigen land en een heldenstatus in het Midden-Oosten.

Machtsstrijd

Erdoğan wist een groep te mobiliseren die voorheen in Turkije nauwelijks politieke macht  genereerde en zich daarom achtergesteld voelde in de Turkse politiek. Tot aan vandaag de dag verwijt hij zijn politieke tegenstanders “dat ze het volk niet begrijpen.” Daarnaast is het leger voor het eerst in de geschiedenis van de Turkse Republiek niet meer de almachtige speler van weleer. De Balyoz en Ergenekon rechtszaken resulteerden in honderden gevangen hooggeplaatste militairen. Volgens critici heeft het proces tegen de vermeende coupplegers meer en meer trekken van een heksenjacht gekregen. Een maand geleden bezocht Erdoğan de zieke generaal Ergin Saygun in het ziekenhuis, een visite die tot veel speculatie leidde. Meest logische verklaring voor het bezoek is dat Erdoğan inzet op een nieuwe relatie met meer wederzijdse tolerantie.

Nu het einde van zijn laatste termijn als premier nadert, lijkt Erdoğan zijn zinnen te hebben gezet op het presidentschap, dat vanaf 2014 een functie met meer politiek gewicht moet worden. In de moeizaam verlopen grondwetsonderhandelingen probeert de AKP momenteel met de BDP een pact te sluiten. Op voorwaarde dat de BDP het nieuwe presidentiële stelsel steunt, zou hij bereid zijn de Koerdische beweging in de onderhandelingen met de PKK tegemoet te komen.

Op 21 maart bezoekt Erdoğan Nederland; een opmerkelijke datum, aangezien tegelijkertijd in Turkije met het Koerdisch nieuwjaar (Newroz) een cruciale fase aanbreekt in de onderhandelingen met de PKK. Gevoelig punt in de aanloop naar het bezoek is de opvang van pleegkinderen met een Turkse achtergrond in gezinnen die “niet bij hun cultuur aansluiten”. De moeder van de 9-jarige Turks-Nederlandse jongen Yunus, die is ondergebracht bij een lesbisch stel, vroeg de Turkse premier om hulp. De Turkse media en het ministerie van Familiezaken zetten hun tanden in de zaak die Erdoğan naar verwachting tijdens zijn bezoek zal aankaarten. Tijdens een eerder bezoek aan Duitsland betitelde hij assimilatie van Turken in Europa reeds als een schending van mensenrechten.

Analyses Turkije Instituut

Het Turkije Instituut publiceert regelmatig analyses over de actualiteit in Turkije

Blogs

Turkije Instituut sluit zijn deuren
Turkije Instituut sluit zijn deuren
Nieuw Turks kabinet, Turkse rechtsstaat verder onder druk
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Lees meer...