Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

Rituele dans rond Voortgangsrapport

Redactioneel oktober 2012 - In de betrekkingen tussen  de Europese Unie en Turkije is de laatste jaren weinig spannends te ontdekken. Voortgang in de formele onderhandelingen is er nauwelijks, zeker niet nu dit halfjaar de Republiek Cyprus (door Turkije niet erkend) het roulerend voorzitterschap bekleedt. Oktober is echter traditioneel de maand dat de Europese Commissie haar jaarlijkse Voortgangsrapport publiceert, gevolgd door dat van het Europees Parlement meestal een paar weken later.

Het 2012-rapport van de Commissie (10 oktober 2012) is bij de Turkse regering en met name bij de EU-onderhandelaar minister Egemen Bağis, in het verkeerde keelgat geschoten. In een zure reactie werd het rapport als 'onevenwichtig' betiteld en afgedaan als een poging van de in een 'financiële, economische en politieke crisis verkerende' EU om de toetreding van Turkije verder te vertragen.

Nu valt er op de inhoud van het rapport ook wel het een en ander af te dingen. De nadruk die de Commissie legt op het gebrek aan tolerantie tegenover minderheden (lees: vooral de christelijke/Grieks-Orthodoxe gemeenschap), kan gepareerd worden door te wijzen op de toenemende islamofobie in Europa. Kanttekening daarbij is wel dat de negatieve beeldvorming over moslims in Europa in principe niet door de regeringen wordt geïnitieerd en de onbeweeglijkheid op dit punt in Turkije (bijvoorbeeld de voortslepende zaak rond de teruggave en heropening van het Halki-seminarie) juist een regeringsaangelegenheid is. 


Het meest kritisch is de Commissie echter over het uitblijven van verdere rechtshervorming. Vooral de anti-terreur wetgeving wordt door de EU gezien als een inbreuk op de mensenrechten; op grond van deze wet zijn processen gaande tegen meer dan 3000 leden van de KCK (Unie van Koerdische Gemeenschappen, ook wel de 'stedelijke vleugel' van de PKK genoemd). Ook het gebrek aan voortgang rond de implementatie van het zogeheten ‘Additionele Protocol’, beter bekend als het Ankara-protocol inzake de erkenning van Cyprus, wordt nog eens onder de aandacht gebracht. Begrijpelijk, maar ook tamelijk zinloos. Immers, het lag toch echt niet in de lijn der verwachting dat op dit hoofdpijndossier nu juist tijden het Cypriotisch voorzitterschap voortgang geboekt zou worden.

Al met al hebben zowel het rapport als de Turkse reacties een hoog ‘rituele dans’ gehalte: uitermate voorspelbaar en weinig relatie tot de realiteit. Uitbreiding met Turkije is wel het laatste dat de EU in haar huidige staat van crisis zou kunnen aanpakken en ook Ankara wacht graag even af hoe dit zich ontwikkelt. Het zal noch Davutoğlu noch Bağis spijten dat Turkije nog niet hoeft bij te dragen aan het Europese Stabiliteitsmechanisme.

Nieuwsbrief Turkije Instituut