Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

Persscan TI: 9-16 juni

NATIONAAL - Toenadering tussen CHP en AKP over oplossing Koerdische kwestie

Op 6 juni vond er een ontmoeting plaats tussen de Turkse premier Recep Tayyip Erdoğan en de partijleider van de grootste oppositiepartij CHP, Kemal Kılıçdaroğlu. De ontmoeting was op zichzelf al bijzonder, omdat een directe dialoog tussen de twee buiten het parlement zeer zelden plaatsvindt. De aanleiding voor de uitnodiging van Kılıçdaroğlu aan Erdoğan wordt in de Turkse media zelfs als historisch omschreven: de CHP wil samen met de AKP, en oppositiepartijen MHP en BDP, werken aan een oplossing van de Koerdische kwestie.


De CHP heeft een tienpuntenplan opgesteld dat op het hoofdkwartier van de AKP werd bediscussieerd. Het plan omvat onder meer het instellen van een parlementaire commissie en een buitenparlementaire commissie van ‘wijze personen’ die een oplossing moeten formuleren voor de situatie van de Koerdische minderheid in Turkije en voor het beëindigen van het geweld van de Koerdische verzetsbeweging PKK. De CHP stuurt aan op een strategie waaraan alle partijen binnen het parlement, en mogelijk zelfs daarbuiten, meewerken.

Een constructieve samenwerking bewerkstelligen tussen de partijen is echter geen sinecure. Tot nog toe verzet de ultranationalistische MHP van Devlet Bahçeli zich tegen samenwerking. Partijleider Bahçeli noemt het voorstel van de CHP landverraad en herhaalde deze week het standpunt van zijn partij, dat zoiets als een Koerdisch probleem niet bestaat en bovendien ook nooit zal bestaan. Hij is van mening dat de AKP en CHP zich laten leiden door PKK-leider Abdullah Öcalan, die sinds 1999 in de gevangenis zit. Dit kwam de MHP op kritiek te staan van premier Erdoğan. Kılıçdaroğlu dringt erop aan dat de AKP zich inzet voor aansluiting van de ultranationalisten en haar toon matigt. De CHP beschouwt het uitwerken van een oplossing zonder de MHP als onwenselijk en consensus onder de partijen essentieel; Kılıçdaroğlu ontkent echter dat de nationalistische tak binnen de CHP zich ongemakkelijk zou voelen bij zijn voorstel. Erdoğan lijkt eerder aan te koersen op een AKP-CHP constructie, als de MHP en BDP zich niet willen aansluiten. De prominente BPD'er Leyla Zana, drong aan op samenwerking met de AKP. Dat kwam haar in eerste instantie op kritiek van een van de voormannen van de BDP, Selahattin Demirtaş, te staan die de AKP omschreef als de partij die de meest hardvochtigste assimilatiepolitiek ten opzichte van de Koerden in de Turkse geschiedenis voert. Demirtaş nuanceerde zijn uitspraken later door te stellen dat Zana nooit aan haar lot zou worden overgelaten door de BDP. Concrete uitspraken naar aanleiding van de uitnodiging van de premier aan het adres van Zana en de overige parlementsleden van de BDP, deed hij echter niet.

De Koerdische kwestie is het belangrijkst en lastigste dossier in de Turkse binnenlandse politiek en maatschappij. Binnen de grenzen van Turkije woont een grote Koerdische minderheid die niet als zodanig wordt erkent. De AKP stelde zich bij haar aantreden in 2001 ten doel om de positie van de Koerden in de Turkse maatschappij te verbeteren en wist daarmee een groot deel van de Koerdische minderheid te bewegen om op de partij te stemmen. Hervormingen werden geïntroduceerd, maar vaak met veel vertraging of halfslachtig geïmplementeerd. Sinds 2005 is het geweld tussen het Turkse leger en de Koerdische verzetsbeweging PKK opnieuw opgelaaid en verloopt de beleidsvorming ten aanzien van de Koerdische kwestie uiterst moeizaam. Lees hier het dossier van het Turkije Instituut over de Koerdische kwestie.

 

INTERNATIONAAL – Turkije vrijgesteld van Amerikaanse sancties

Turkije is voorlopig vrijgesteld van de Amerikaanse sancties die onderdeel uitmaken van een internationale poging om Iran onder druk te zetten over het nucleaire programma van het land. Daarmee is er even adempauze voor de Turkse regering, die al een geruime tijd Amerikaanse druk voelt om de import van Iraanse olie flink te gaan reduceren. Aangezien Turkije grotendeels afhankelijk is van de Iraanse energievoorziening, hingen eventuele boetes Ankara als het zwaard van Damocles boven het hoofd. Een Amerikaanse wet maakt het namelijk mogelijk om buitenlandse banken af te snijden van het Amerikaanse financiële systeem, wanneer landen voor 28 juni 2012 niet kunnen aantonen dat de oliehandel met Iran daadwerkelijk is beperkt.    

Op maandag 11 juni jl. maakte de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton, bekend dat zeven landen – waaronder Turkije – vrijgesteld zijn van sancties, omdat deze landen allemaal het volume van hun olie-aankopen van Iran “aanzienlijk verminderd hebben”. De geldigheidsduur van de vrijstelling is 180 dagen.

De Turkse minister van Energiezaken, Taner Yildiz, kondigde vervolgens aan om verdere stappen te zetten in de diversificatiecampagne voor wat betreft de energievoorziening. “Wij streven ernaar om het aantal landen waaruit wij aardgas importeren te verhogen van vijf naar zeven of acht, en het aantal landen waarvan wij ruwe olie kopen te verhogen van 11 naar 14 landen”, aldus Yildiz. Libië is vooralsnog olieland nummer twaalf. De Turkse raffinaderij TÜPRAŞ heeft een overeenkomst gesloten met Libië voor het leveren van 1 miljoen vaten ruwe olie. Daarnaast hebben TÜPRAŞ en Saudi-Arabië de onderhandelingen geopend over het sluiten van een langetermijncontract voor de levering van ruwe olie aan Turkije. Tenslotte werkt Turkije samen met Venezuela aan een project, waarbij het Zuid-Amerikaanse land in ruil voor de levering van olieproducten aan Turkije gebruik maakt van de Turkse aannemers, die als tegenprestatie huizen bouwen in Venezuela.

TÜPRAŞ beoogt zo de energieaanvoer uit Iran met twintig procent te verminderen, en lijkt daarmee te buigen voor de Amerikaanse druk. Gevraagd naar de Amerikaanse sancties echter, stelde minister Yildiz dat Turkije Amerika ziet als een “strategische partner” en dat Turkije streeft naar zo goedkoop mogelijke energie.

 

NATIONAAL – Doodsoorzaak ex-president is ‘verdacht’

Een onderzoek naar de dood van de toen zittende Turkse oud-president Turgut Özal op 17 april 1993 is vereist. Dat staat in een rapport van het Turkse presidentieel paleis. Özal zou onder ‘verdachte’ omstandigheden zijn overleden. De samenstellers van het rapport, die rechtstreeks onder president Abdullah Gül ressorteren, maakten op woensdag 13 juni jl. bekend dat er geen deugdelijk onderzoek is geweest naar de beweringen van verschillende familieleden en parlementariërs, die stelden dat het overlijden van Özal, de 8ste president van Turkije, mogelijk veroorzaakt is door vergiftiging. De artsen kwamen destijds tot de conclusie dat Özal, die in 1987 een driedubbele bypassoperatie onderging, was bezweken aan hartfalen.   

Echter, de vrouw van de president Semra Özal ontving in 1998 – naar eigen zeggen – een briefje, waarin stond dat haar man was vergiftigd. In reactie op het briefje maakte mevrouw Özal publiekelijk bekend dat haar man, vreemd genoeg, de dag voor zijn overlijden een glas limonade had gedronken op een receptie in Ankara. Sindsdien zijn er vele speculaties over zijn dood. Het rapport voegt hieraan toe dat de plotselinge dood van welke zittende president dan ook gekwalificeerd kan worden als ‘verdacht’. In het geval van Turgut Özal geldt dit eens te meer, want hij leed niet aan een chronische ziekte. Het vermoeden wordt nog eens gesterkt doordat er geen autopsie heeft plaatsgevonden en er nooit een officiële sectierapport is samengesteld. Daarnaast is het vreemd dat het bloedmonster waarmee de doodsoorzaak onomstotelijk vast zou kunnen worden gesteld, vermist raakte en nooit terug is gevonden.

Het is koren op de molen van complottheoriedenkers – een geliefd tijdverdrijf in Turkije. Turgut Özal, gedeeltelijk van Koerdische afkomst, was immers de eerste Turkse politicus die de Koerden in Turkije tegemoet wilde komen. De ex-president stond op het punt om een plan te ontvouwen, die de strijd met de Koerdische rebellen in het zuidoosten van het land tot een einde moest brengen. Daarnaast staat Özal bekend als een politicus wiens prowesterse beleid het land hielp te moderniseren, en als een strategische bondgenoot van de door de Amerikanen geleide coalitie tijdens de eerste Golfoorlog. De samenstellers van het rapport vinden dan ook dat een autopsie en een haaranalyse meer duidelijkheid moeten bieden. De bevindingen van het rapport zijn voorgelegd aan een openbaar aanklager, die daarover zal beslissen.

 

 

Analyses Turkije Instituut

Het Turkije Instituut publiceert regelmatig analyses over de actualiteit in Turkije