Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

Persscan TI: 17-24 mei 2012

NATIONAAL – Discussie over herkomst van inlichtingen in het Uludere-incident
Minister van Binnenlandse Zaken İdris Naim Şahin is onder vuur komen te liggen na uitspraken over het Uludere-incident vorig jaar december. Op 28 december 2011 kwamen 35 Koerdische burgers om het leven bij een luchtaanval van het Turkse leger. De slachtoffers waren smokkelaars uit de dorpen Gülyazi en Ortasu, in het district Uludere in de zuidoostelijke provincie Şirnak. Ze werden ten onrechte aangezien voor een groep PKK-strijders en zodoende bestookt door de Turkse luchtmacht. In een televisie-interview stelde Şahin dat de groep smokkelaars in feite handlangers van de PKK waren geweest en dat het incident geen officieel excuus waard was.

Bij monde van vice-voorzitter van de AKP Hüseyin Çelik distantieerde de regeringspartij zich van de uitspraak. Het incident volgt op de opgerakelde discussie over de precieze gang van zaken in Uludere, naar aanleiding van een onlangs verschenen artikel in de Wall Street Journal (16 mei 2011) dat stelt dat de militaire inlichtingen over de vermeende groep PKK’ers werden verkregen via het Amerikaanse leger. Volgens de auteurs van het artikel, die zich zeggen te baseren op uitgelekte Amerikaanse documenten, waren de inlichtingen over Uludere afkomstig van Amerikaanse drones. Een Amerikaanse Predator (onbemand vliegtuig) signaleerde een groep mensen en muildieren en speelde deze beelden door aan het Turkse leger. Het Turkse leger ontkent echter inlichtingen te hebben ontvangen van de Amerikanen en verklaart dat de eerste waargenomen beelden van de groep werden gemaakt door onbemande vliegtuigen (de Herons) die tot de Turkse strijdkrachten behoren. De Turkse vicepremier Bekir Bozdağ haastte zich te verklaren dat “het nieuws uitgebracht door de WSJ noch door de Turkse noch door de Amerikaanse autoriteiten is bevestigd, het zijn geruchten.” Ook het hoofd van de parlementaire subcommissie inzake het Uludere-incident, Ayhan Sefer Üstün (AKP), beschouwt de berichtgeving als speculatie en zei dat hij het artikel niet serieus neemt.

Het artikel in WSJ raakt een gevoelige snaar bij zowel de Turken als de Amerikanen. Turkije is huiverig voor een vermeende afhankelijkheid van de Amerikanen wat betreft het vergaren van inlichtingen. De Amerikanen, daarentegen, maken zich zorgen over de risico’s van het delen van inlichtingen met bondgenoten. In het artikel in de WSJ stelt een medewerker van de Amerikaanse Defensie dat “het de Turken waren die de uiteindelijke beslissing hebben genomen om tot de aanval over te gaan en het dus niet een Amerikaanse besluit was.”

De verantwoordelijkheid voor wat in Turkije wel wordt aangeduid als het Uludere bloedbad, blijft echter onduidelijk. De opmerkingen van Şahin zijn juist daarom olie op het vuur die de Koerdische kwestie heet. Zolang de regering geen gebaar maakt naar de slachtoffers en er geen duidelijkheid komt over de precieze toedracht van de aanslag, blijft de verdenking in bestaan dat er meer achter zit – op zijn minst onwil binnen de AKP om stappen te zetten in het verzoeningsproces rondom de positie van Koerden.

ECONOMIE - Opnieuw kritiek Erdoğan op kredietbeoordelaar Standard & Poor's
Twee weken geleden uitte premier Recep Tayyip Erdoğan zijn onvrede over de bijstelling van de vooruitzichten op de kredietstatus van Turkije door kredietbeoordelaar Standard and Poor’s (S&P’s). De kredietbeoordelaar besloot het langlopende vooruitzicht op de Turkse kredietstatus te wijzigen van ‘positief’ naar ‘stabiel’, vanwege een teruglopende export en de hoge Turkse staatsschuld. Erdoğan noemde de aanpassing van S&P’s een daad die voortkwam uit ideologische motieven en verwees daarbij naar de positieve bijstelling van het vooruitzicht voor Griekenland, terwijl daar een faillissement dreigt. Minister van Economische Zaken Zafer Çağlayan adviseerde S&P’s om hun graadmeters te controleren en stelde dat de kredietbeoordelaar er niet in slaagde om Turkije eerlijk te beoordelen.

De kwestie kreeg een vervolg toen Erdoğan de kredietbeoordelaar deze week opnieuw bekritiseerde en dreigde het jaarlijkse contract met S&P’s op te zeggen. De Turkse premier stelde voor om een Turkse kredietbeoordelaar in het leven te roepen, wat hem op kritiek kwam te staan van Kemal Kılıçdaroğlu, de voorzitter van de grootste oppositiepartij CHP, die zich afvroeg  wie de premier op zijn woord zou moeten geloven. Selim Suhan Seçkin van Saha, een Turkse kredietbeoordelaar, begreep de kritiek van Erdoğan, maar stelde dat een kredietbeoordelaar alleen zijn functie kan uitvoeren als de oprichting een initiatief van de particuliere sector is, niet van de staat.

In navolging van het eerdere besluit, verlaagde S&P’s ook de status van zes vooraanstaande banken, waaronder Garanti Bank en Yapı Kredi Bank, van positief naar stabiel. Zeynep Holmes reageerde namens S&P’s op de aantijgingen van de Turkse regering en ontkende dat het rapport zou zijn gebaseerd op gedateerde gegevens of dat medewerkers van S&P’s hun excuses zouden hebben aangeboden voor gemaakte fouten. Tevens gaf S&P’s aan dat de kredietstatus van Turkije ongewijzigd blijft en dat de turbulente Europese markt mede verantwoordelijk is voor het bijgestelde vooruitzicht.

De kredietstatus van Turkije ligt momenteel op BB volgens S&P’s, Ba2 volgens Moody’s en BB+ volgens Fitch. Timothy Ash, hoofd van de onderzoeksgroep voor opkomende markten van Royal Bank of Scotland, stelde dat de beoordeling van S&P’s niet strookte met de werkelijkheid en Turkije bovendien inmiddels een kredietbeoordeling verdiende die investeringen zou rechtvaardigen (BBB- en hoger). Kredietbeoordelaar Fitch verwacht inmiddels dat de nieuwe overheidsinitiatieven om investeringen te stimuleren een gunstige uitwerking zullen hebben, aangezien deze de afhankelijkheid van importgoederen zouden aanpakken.

De Turkse economie groeit, ondanks de economische crisis, gestaag. De staatsschuld van Turkije is echter groot en de markt is sterk afhankelijk van kortlopende leningen. Daarnaast heeft Turkije een onevenredig groot tekort op de handelsbalans dat de aanwas van kapitaal in de weg staat.

Analyses Turkije Instituut

Het Turkije Instituut publiceert regelmatig analyses over de actualiteit in Turkije